ECLI:NL:RBROE:2009:BH4482
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging gesloten jeugdzorg wegens ontbreken behandelperspectief
De rechtbank Roermond behandelde op 17 februari 2009 het verzoek van een stichting tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De minderjarige verbleef op dat moment in een gesloten behandelgroep waar hij uitbehandeld was, en stond op een wachtlijst voor een andere behandelgroep. De gezinsvoogd achtte verlenging van de gesloten plaatsing noodzakelijk vanwege risico’s in de thuissituatie en het ontbreken van een passende behandelplek.
De minderjarige en zijn ouders stelden dat het verblijf in de gesloten setting niet langer in zijn belang was en dat hij liever thuis wilde verblijven, waar hij ondersteuning kreeg. De kinderrechter overwoog dat vrijheidsbeneming onder artikel 5 EVRM Pro slechts gerechtvaardigd is indien een jeugdige een programma voor optimale opvoeding wordt geboden. Gezien het ontbreken van perspectief op adequate behandeling en de wachtlijstproblematiek, was voortzetting van gesloten plaatsing disproportioneel.
De kinderrechter concludeerde dat vrijheidsbeneming zonder behandeling niet langer in het belang van de minderjarige was, mede gelet op artikel 3 IVRK Pro dat het belang van het kind voorop stelt. De thuissituatie bood voldoende mogelijkheden voor begeleiding en risicobeheersing. Daarom werd het verzoek tot plaatsing in gesloten jeugdzorg afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot plaatsing van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg wordt afgewezen wegens ontbreken van behandelperspectief en disproportionaliteit van vrijheidsbeneming.