ECLI:NL:RBROE:2009:BH1618
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.J.A. Crompvoets
- R.A.J. van Leeuwen
- N.I.B.M. Buljevic
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken voldoende verwijtbaarheid bij ongeval met shovel op bedrijfsterrein
Op 22 juni 2006 vond op het bedrijfsterrein van verdachte een ongeval plaats waarbij een shovel een derde persoon aanreed, die later overleed. Verdachte werd vervolgd wegens het niet nemen van doeltreffende maatregelen ter voorkoming van gevaar binnen de werkzone van de shovel, in strijd met artikel 10 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
De rechtbank stelde vast dat verdachte wel diverse veiligheidsmaatregelen had getroffen, zoals snelheidsbeperkingen, verkeersborden en een werkend achteruitrijsignaal op de shovel. Ook was het slachtoffer bekend met deze maatregelen en was er oogcontact vereist bij het oversteken van het terrein. Hoewel de maatregelen niet volledig effectief waren gebleken, kon niet worden geconcludeerd dat er geen doeltreffende maatregelen waren vastgesteld.
De verdediging voerde aan dat de oorzaak van het overlijden niet vaststond en dat verdachte voldoende veiligheidsmaatregelen had genomen. De rechtbank oordeelde dat de wet niet bedoeld is als een risicoaansprakelijkheid waarbij elk ongeval automatisch duidt op het ontbreken van doeltreffende maatregelen. Er moet sprake zijn van een zekere mate van verwijtbaarheid.
Gezien de omstandigheden sprak de rechtbank verdachte vrij omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat zij het ten laste gelegde had begaan. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd, maar de bewijsvoering voldeed niet om tot een veroordeling te komen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat zij geen doeltreffende maatregelen had genomen ter voorkoming van gevaar.