ECLI:NL:RBROE:2008:BG7413
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter meervoudige strafkamer wegens vermeende partijdigheid
Verdachte werd op grond van een bevel medebrenging gedwongen om aanwezig te zijn bij de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Roermond. Tijdens de zitting uitte verdachte meerdere keren zijn wens om terug te keren naar de penitentiaire inrichting te Grave en toonde gedragsproblemen. De rechtbank besloot een forensisch arts te laten beoordelen of verdachte medisch in staat was de zitting bij te wonen, waarna werd geconcludeerd dat aanwezigheid mogelijk was indien verdachte rustig bleef.
Verdachte en zijn raadsman voerden aan dat de verplichte aanwezigheid onredelijke druk op verdachte legde en dat er sprake was van een schijn van partijdigheid van de voorzitter. De officier van justitie kwalificeerde deze uitlatingen als een wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de strafkamer, mr. L.J.A. Crompvoets.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 15 december 2008. De voorzitter van de strafkamer gaf aan dat de aanwezigheid van verdachte noodzakelijk was voor een zorgvuldige procesvoering. De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsinstrument niet bedoeld is om processuele beslissingen zoals het bevel medebrenging aan te vechten, en dat de beslissing voldoende gemotiveerd was.
Er waren geen objectieve feiten of omstandigheden die een vermoeden van vooringenomenheid van de rechter opriepen. De vrees van verdachte voor partijdigheid werd niet als objectief gerechtvaardigd beoordeeld. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer wordt ongegrond verklaard en afgewezen.