ECLI:NL:RBROE:2008:BG6710
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.M. de Lange
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet en tegenverzoek werknemer
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een accountantsmaatschap en haar werknemer, die op 27 augustus 2008 op staande voet werd ontslagen wegens vermeend onrechtmatig handelen jegens een klant. De werknemer betwist het ontslag en verzoekt onvoorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, terwijl de werkgever een voorwaardelijk ontbindingsverzoek indient.
De kantonrechter onderzoekt welk verzoek eerst moet worden behandeld en oordeelt dat het onvoorwaardelijke verzoek van de werknemer voorrang heeft. De feiten tonen een duurzame en onherstelbare breuk tussen partijen, mede door wederzijdse beschuldigingen en het beëindigen van klantrelaties.
Hoewel de werkgever stelt dat het ontslag op staande voet terecht was, concludeert de kantonrechter dat dit achteraf onterecht zal blijken en dat de werknemer recht heeft op een vergoeding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2008, met een vergoeding van circa EUR 114.162,00 bruto. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2008 met een vergoeding van EUR 114.162,00 bruto wegens onterecht ontslag op staande voet.