ECLI:NL:RBROE:2008:BG2144
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- P.C.G. Brants
- R.H.A.M. Beaumont
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader en omgangsregeling met moeder vastgesteld
De moeder verzocht bij de rechtbank om afgifte van haar minderjarige kind en subsidiair om vaststelling van een omgangsregeling. De vader verzocht om afwijzing van dit verzoek en om de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem te bepalen. De Stichting Bureau Jeugdzorg en de raad voor de kinderbescherming adviseerden dat het kind haar hoofdverblijf bij de vader moet hebben, omdat de situatie bij de moeder zorgelijk en niet veilig werd geacht.
De rechtbank overwoog dat het kind sinds 29 februari 2008 bij de vader woont en zich daar goed ontwikkelt. De vader werkt mee aan noodzakelijke hulpverlening, in tegenstelling tot de moeder, die zich negatief uitlaat over de vader en hulpverlening en geen inzicht geeft in haar persoonlijke situatie. Daarom werd het verzoek van de moeder tot afgifte afgewezen en de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld.
Ondanks het negatieve advies van Bureau Jeugdzorg werd omgang met de moeder toegestaan, omdat er onvoldoende contra-indicaties waren en het kind zelf ook omgang wenst. De omgang wordt gefaseerd opgebouwd met specifieke dagen en weekendregeling. De moeder werd opgedragen in het belang van het kind te handelen en mee te werken aan hulpverlening zonder het kind te betrekken in conflicten.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld en het verzoek van de moeder tot afgifte wordt afgewezen, met een gefaseerde omgangsregeling met de moeder.