ECLI:NL:RBROE:2008:BF3687
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende bewijs ondeugdelijkheid recht en onnodigheid beslag
WSM en Adrem sloten op 13 februari 2006 een overeenkomst waarbij WSM een advies zou uitbrengen over de staalconstructie van een nieuw te bouwen bedrijfshal van Adrem. Na oplevering ontstond een geschil over vermeende tekortkomingen en schade.
Adrem legde conservatoir beslag van EUR 160.000,00 onder de ING Bank en Postbank. WSM vorderde opheffing van dit beslag, stellende dat zij de opdracht naar behoren had uitgevoerd en haar aansprakelijkheid beperkt was tot EUR 2.650,00 volgens haar algemene voorwaarden (RVOI 2001).
De voorzieningenrechter oordeelde dat WSM onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het beslag ondeugdelijk was of onnodig gelegd. De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden werd voorlopig erkend, maar het exoneratiebeding werd als onredelijk bezwarend beoordeeld. De vraag naar toerekenbare tekortkoming en schadeoorzaak kan in een bodemprocedure nader worden onderzocht.
Daarom werd de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen en werd WSM veroordeeld in de proceskosten van Adrem.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en WSM wordt veroordeeld in de proceskosten.