ECLI:NL:RBROE:2008:BF0591
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.C.G. Brants
- J.J.M. Wassenberg
- M.M.T. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs medeplegen verkrachting en ontucht
De rechtbank Roermond behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van verkrachting en ontuchtige handelingen met een minderjarig slachtoffer in de periode van september tot oktober 2007.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen het slachtoffer had gedwongen tot seksuele handelingen onder bedreiging en afname van persoonlijke eigendommen. Verdachte ontkende seksuele bedoelingen te hebben gehad en stelde dat hij slechts deelnam aan een stoeipartij zonder kennis van eerdere afspraken tussen het slachtoffer en andere verdachten.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen van verkrachting aan verdachte toe te rekenen. Het feit dat verdachte het slachtoffer op de mond had gekust, werd erkend, maar het binnendringen van de tong was niet bewezen. Ook het ontuchtige karakter van het kussen en betasten werd niet overtuigend vastgesteld. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen van verkrachting en ontucht.