ECLI:NL:RBROE:2008:BE8934
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende onderzoek naar vergunningverval
Eiser ontving een boete van 900 euro wegens het uitoefenen van een slijterij zonder geldige Drank- en Horecavergunning. De vergunning was verleend in 1977, maar verweerder stelde dat deze van rechtswege was vervallen omdat de onderneming in het Handelsregister op naam van de zoon van eiser was ingeschreven tussen 2000 en 2005.
Eiser betwistte dat de vergunning was vervallen en stelde dat hij de slijterij onafgebroken zelf heeft geëxploiteerd, ondanks de inschrijving op naam van zijn zoon. De rechtbank beoordeelde of de vergunning terecht was vervallen, waarbij werd vastgesteld dat de vergunning persoonsgebonden is en niet automatisch overgaat op een rechtsopvolger.
Hoewel de inschrijving in het Handelsregister een vermoeden van overgang van de onderneming geeft, kan dit vermoeden worden ontkracht. Eiser heeft dit met getuigenverklaringen en een consistente uiteenzetting gedaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet zonder nader onderzoek op het Handelsregister mocht baseren en dat het bestreden besluit onvoldoende feitelijk onderzoek bevatte.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het door eiser betaalde griffierecht volledig vergoed.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het verval van de vergunning.