ECLI:NL:RBROE:2008:BD5970
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij grootouders met zedendelictverleden
De minderjarige is sinds januari 2007 vrijwillig geplaatst in het gezin van de grootouders, waar ook twee andere minderjarige kinderen verblijven. De raad voor de kinderbescherming verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing omdat de minderjarige in het gezin van de grootouders een risico zou lopen, mede vanwege een zedendelictveroordeling van grootvader in 1989. Bureau Jeugdzorg weigert een indicatiebesluit af te geven.
De kinderrechter stelt vast dat de zedendelictveroordeling geen absolute blokkade vormt voor het verblijf van de minderjarige bij de grootouders. Er moet blijken dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De raad voor de kinderbescherming heeft het verzoek onvoldoende onderbouwd en geen onderzoek gedaan naar de huidige situatie. De stichting heeft de plaatsing zorgvuldig afgewogen en meerdere keren geëvalueerd, waarbij is geconcludeerd dat het goed gaat met de minderjarige.
De grootouders en vader steunen de plaatsing, wijzen op positieve signalen van huisarts, school en wijkagent, en benadrukken de sterke hechtingsband. De kinderrechter oordeelt dat het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing moet worden afgewezen omdat de belangen van de minderjarige in de huidige situatie worden gediend en het verzoek onvoldoende is gemotiveerd.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij pleegzorg wordt afgewezen; de minderjarige mag blijven wonen bij de grootouders.