ECLI:NL:RBROE:2008:BD4724
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de status van een weg als openbare weg volgens de Wegenwet
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of een betwiste weg aangemerkt moest worden als een openbare weg in de zin van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder I van de Wegenwet. De eiser stelde dat het pad gedurende dertig jaar door meerdere personen vrij toegankelijk was geweest, hetgeen door de rechtbank na het horen van getuigen werd bevestigd.
De rechtbank stelde vast dat vrije toegankelijkheid betekent dat de eigenaar het gebruik door het publiek heeft toegelaten en dat gebruik door uitsluitend bestemmingsverkeer onvoldoende is. Uit de getuigenverklaringen bleek dat het pad niet alleen door de eiser werd gebruikt, maar ook door anderen als doorgang naar achterliggende terreinen en wegen. Er waren geen aanduidingen die het gebruik beperkten, zoals borden met 'eigen weg' of 'particuliere weg'.
Hoewel er discussie was over een afsluiting van het pad door het parkeren van een vrachtwagen, vond de rechtbank de verklaringen hierover onvoldoende overtuigend om te concluderen dat de vrije toegankelijkheid was beëindigd. De rechtbank wees de vordering van de eiser toe en stelde partijen in de gelegenheid om te reageren op nieuwe standpunten over het belang bij de vordering.
Uitkomst: Het betwiste pad is aangemerkt als openbare weg en de vordering van eiser is toegewezen.