ECLI:NL:RBROE:2008:BD4234
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- F.L.G. Geisel
- A.W. Oosterman
- Rechtspraak.nl
Waarde vaststelling distributiecentrum volgens huurwaardekapitalisatiemethode en DCF-methode
In deze zaak staat de vaststelling van de WOZ-waarde van een distributiecentrum per peildatum 1 januari 2003 centraal. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €17.136.000,= via de huurwaardekapitalisatiemethode en ter controle de DCF-methode toegepast. Eiser betwist deze waarde en pleit voor een lagere waarde van circa €13.413.000,= op basis van een lagere kapitalisatiefactor en minnelijke waarderingen van de Belastingdienst.
De rechtbank beoordeelt dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van de huurwaardekapitalisatiemethode en DCF-methode, en dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten passend zijn, ondanks dat deze objecten gunstiger gelegen zijn. De rechtbank acht de minnelijke waarderingen van eiser onvoldoende betrouwbaar en niet toetsbaar als waarderingsgrondslag. Ook de door eiser aangevoerde afwijkingen in huurcontracten en leegstandsrisico's leiden niet tot een lagere waarde, omdat deze risico's op de peildatum niet relevant waren.
De rechtbank concludeert dat de gehanteerde kapitalisatiefactor van 11,4 door verweerder op basis van marktgegevens en vergelijkingsobjecten adequaat is onderbouwd. De DCF-methode bevestigt zelfs een hogere waarde. De door eiser voorgestelde lagere kapitalisatiefactor en waardering worden verworpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €17.136.000,= wordt bevestigd.