ECLI:NL:RBROE:2008:BD3456
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging omgangsregeling na echtscheiding
De rechtbank Roermond behandelde een kort geding waarin de vrouw verzocht om een wijziging van de omgangsregeling met haar twee minderjarige kinderen na de echtscheiding van partijen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen was bij de man vastgesteld, met gezamenlijk gezag. De vrouw had tijdelijk in Zuid-Afrika gewoond maar was teruggekeerd en er was een ruime omgangsregeling afgesproken.
De vrouw stelde dat zij altijd de zorg voor de kinderen had gehad en dat de huidige regeling te onrustig was en onvoldoende rekening hield met haar belangen. Zij vorderde een omgangsregeling van donderdag tot maandag en een regeling voor vakanties, met dwangsom bij niet-nakoming. De man betwistte dat zij berooid was vertrokken en stelde dat de huidige regeling goed functioneerde en hij medewerking verleende.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een zodanig belang dat onmiddellijke voorziening vereist was en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de belangen van de kinderen de gevorderde wijziging rechtvaardigden. Ook een vaststelling van de huidige regeling was niet nodig omdat de man deze nakwam. De vorderingen werden afgewezen en de kosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging omgangsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.