ECLI:NL:RBROE:2008:BD2900
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis huurovereenkomst in afwachting verzetprocedure wegens schending substantieringsplicht
In deze zaak staat de tenuitvoerlegging van een vonnis tot ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming centraal. De huurder kwam in verzet tegen verstekvonnissen waarbij hij werd veroordeeld tot betaling van huurachterstand en ontruiming van de woning. Hij vordert schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurder een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening. De verhuurder heeft erkend dat zij niet heeft voldaan aan de substantieringsplicht zoals voorgeschreven in artikel 111 lid 3 Rv Pro, waardoor het vonnis mogelijk onterecht is gewezen. De belangenafweging leidt ertoe dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst totdat de kantonrechter in de verzetprocedure uitspraak doet.
De voorzieningenrechter legt een dwangsom op bij overtreding van de schorsing en veroordeelt de verhuurder in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Hiermee wordt voorkomen dat de huurder onterecht zijn woning verliest voordat de inhoudelijke beoordeling in de verzetprocedure heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt geschorst totdat in de verzetprocedure uitspraak is gedaan.