ECLI:NL:RBROE:2008:BC5478
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Registratie in frauderegister rechtvaardigt opzegging betaalrekening door bank
Eiser sloot in oktober 2005 een betaalrekeningovereenkomst met de Rabobank. In januari 2007 werd een ongebruikelijke storting van EUR 340.000,- op zijn rekening bijgeschreven, die door het fraudedetectiesysteem van de bank als verdacht werd aangemerkt. De Rabobank boekte het bedrag zonder toestemming terug naar de ING Bank, waarna eiser werd geregistreerd in het externe frauderegister (EVR) en het interne incidentenregister (IVR) van de Rabobank.
Eiser vorderde in kort geding opschorting van de opzegging van zijn betaalrekening en verwijdering van zijn registratie in het IVR. De rechtbank oordeelde dat de registratie in het EVR, ondanks bezwaar van eiser, voldoende grond biedt voor de bank om de overeenkomst op te zeggen. De juistheid van de registratie is een geschil tussen eiser en de ING Bank, waar de Rabobank buiten staat.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af en verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot verwijdering van de IVR-registratie. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten. De beslissing bevestigt dat banken op basis van frauderegistraties contracten kunnen beëindigen zonder dat de bank zelf de juistheid van de registratie hoeft te betwisten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opschorting van de opzegging af en verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tot verwijdering van de registratie.