ECLI:NL:RBROE:2008:BC5199
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vervaltermijn artikel 13 tweede lid CSV geldt ook voor reeds aangevangen invorderingen
In deze zaak vordert eiser de schorsing van executiemaatregelen van de Ontvanger wegens een geschil over de toepasselijkheid van de vervaltermijn van artikel 13, tweede lid van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Eiser was aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies van een aannemingsbedrijf over de jaren 1986 tot en met 1989. Diverse besluiten en vonnissen hebben de aansprakelijkheid en het bedrag gematigd.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vervaltermijn ook geldt voor reeds aangevangen invorderingen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de aansprakelijkstelling in augustus 1994 plaatsvond en dat de vervaltermijn in augustus 2004 is verstreken. De Ontvanger betoogt dat de termijn is gestuit door het starten van invordering, maar de rechter verwerpt dit en oordeelt dat ook lopende invorderingen onder de vervaltermijn vallen.
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde opschorting van executiemaatregelen toe onder de voorwaarde dat eiser binnen drie maanden een bodemprocedure start. De Ontvanger wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De executie van het dwangbevel wordt geschorst omdat het recht tot invordering is vervallen door de vervaltermijn van artikel 13, tweede lid CSV.