ECLI:NL:RBROE:2007:BB4102
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- N.J.M. Ruyters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende grondslag voor berekening voordeel hennepkwekerij
De politierechter heeft kennisgenomen van het vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet wegens het exploiteren van een hennepkwekerij in een loods bij zijn woonadres. Veroordeelde verklaarde dat hij in maart 2006 startte met de inrichting van de kwekerij en begin mei de eerste stekjes plaatste, zonder inkomsten uit deze kwekerij te hebben gehad.
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van een berekening die uitging van twee eerdere oogsten in de loods, berekend via extrapolatie. De verdediging betoogde dat deze vordering onvoldoende aannemelijk was, mede omdat getuigen verklaarden dat de loods in maart 2006 leeg was en dat veroordeelde geen inkomsten had uit de kwekerij, maar handelde in auto's.
De politierechter achtte de verklaring van de getuige, die de loods in maart 2006 had bezocht en geen kwekerij aantrof, aannemelijk. Gezien de duur van een oogst (10-12 weken) achtte de rechter het onwaarschijnlijk dat er meerdere oogsten in de loods hadden plaatsgevonden. Hoewel het niet uitgesloten is dat veroordeelde betrokken was bij andere kwekerijen, ontbraken concrete gegevens over omvang, duur en opbrengst daarvan.
Daarom kon de op extrapolatie gebaseerde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet als grondslag dienen voor ontneming. De politierechter concludeerde dat niet is vastgesteld dat veroordeelde daadwerkelijk voordeel heeft verkregen en wees de vordering van de officier van justitie af.
Uitkomst: De ontnemingsvordering van de officier van justitie wordt afgewezen wegens onvoldoende grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.