ECLI:NL:RBROE:2007:BA9208
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling psychotherapeut voor ontuchtige handelingen met patiënten
De rechtbank Roermond heeft verdachte, een psychotherapeut, veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met vijf patiënten die zich aan zijn zorg hadden toevertrouwd. Deze handelingen vonden plaats tussen 1994 en 2006 en bestonden uit onder meer het betasten van genitaliën en vaginaal binnendringen. De rechtbank oordeelde dat deze gedragingen geen therapeutische handelingen waren, maar ontuchtig handelen in strijd met artikel 249 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De bewijslast bestond uit verklaringen van slachtoffers, getuigenverklaringen, en de eigen verklaringen van verdachte en zijn echtgenote. De rechtbank stelde vast dat verdachte misbruik maakte van zijn positie als hulpverlener, waarbij sprake was van een afhankelijke relatie. Verdachte had geen adequate dossiers bijgehouden en gaf geen volledige informatie over de behandeling, wat in strijd was met de beroepscode.
De psycholoog stelde vast dat verdachte leed aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis, wat de mate van toerekeningsvatbaarheid verminderde. Desondanks achtte de rechtbank de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers zwaarwegend. De strafmaat werd vastgesteld op drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Verdachte werd tevens voor acht jaar ontzet uit het beroep van psychotherapeut.
De rechtbank kende aan de slachtoffers voorschotten toe op immateriële schadevergoedingen variërend van €1.000 tot €3.000, met de verplichting voor verdachte om deze bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Materiële schadevorderingen werden niet ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en 8 jaar ontzetting uit het beroep wegens ontuchtige handelingen met patiënten.