ECLI:NL:RBROE:2007:BA3047
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.P. Letschert
- C.M.W. Nobis
- M.M.T. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bouwvergunning vrijstelling voor varkensstal en mestbassin
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een door het College van Burgemeester en Wethouders van Weert verleende bouwvergunning met vrijstelling voor de bouw van een zeugen- en mestvarkensstal en een mestbassin. Eiser stelt dat hij als direct omwonende wordt geraakt in zijn belangen vanwege zicht, geluid-, stankhinder en fijnstofuitstoot.
De rechtbank beoordeelt of eiser als belanghebbende kan worden aangemerkt. Uit de stukken blijkt dat de afstand tussen eisers woning en perceel tot de bedrijfsgebouwen relatief groot is, met bomen die het zicht grotendeels ontnemen. Ook toezeggingen over extra beplanting versterken dit. Hierdoor wordt het persoonlijke en objectieve belang van eiser onvoldoende geraakt.
Daarnaast is een milieuvergunning verleend met voorschriften ter beperking van hinder, die handhaafbaar zijn. De rechtbank acht de vrees van eiser voor niet-naleving onvoldoende concreet. Ook de uitstoot van fijnstof wordt door vergunninghouder beperkt door een luchtafvangsysteem en gewijzigde vrachtverkeersroutes.
De rechtbank concludeert dat het woon- en leefklimaat van eiser niet aantoonbaar verslechtert en dat eiser niet rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt. Daarom is hij niet belanghebbende in de zin van de Awb en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet als belanghebbende wordt aangemerkt.