ECLI:NL:RBROE:2006:AZ1041
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over erfdienstbaarheid en verkrijgende verjaring met verzoek tot wijziging en opheffing
In deze zaak staat een burengeschil centraal over de vraag of een 'achterom' een erfdienstbaarheid betreft die primair via een notariële akte is gevestigd of subsidiair door verkrijgende verjaring is ontstaan. De rechtbank heeft vastgesteld dat de akte uit 1980 onduidelijk is en dat de primaire stelling dat de erfdienstbaarheid via de akte loopt over het perceel van eiseres niet kan worden aangenomen.
Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat er sprake is van een erfdienstbaarheid die door verkrijgende verjaring is ontstaan, omdat de gebruikers zich te goeder trouw als rechthebbende beschouwden en dit ook redelijkerwijs mochten doen. De eigenaar van het dienende erf heeft tot 2003 geen bezwaar gemaakt tegen het gebruik.
Het verzoek van eiseres tot opheffing van de erfdienstbaarheid wordt afgewezen omdat de uitoefening niet onmogelijk is geworden en de eigenaar van het heersende erf nog steeds een redelijk belang heeft bij het gebruik. Wel wordt de zaak verwezen naar een comparitie ter plaatse om de mogelijkheid van een wijziging van de erfdienstbaarheid te bespreken en om een minnelijke regeling te onderzoeken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een erfdienstbaarheid via verkrijgende verjaring en wijst het verzoek tot opheffing af, met verwijzing naar een comparitie ter plaatse voor mogelijke wijziging.