ECLI:NL:RBROE:2006:AY3859
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen besluit weigering arbeidsduurvermindering ambtenaar
Verzoeker, een juridisch medewerker in dienst van de gemeente, had verzocht om zijn arbeidsduur te verminderen met één dag per week. Omdat verweerder niet tijdig schriftelijk op het verzoek had beslist, stelde verzoeker dat de vermindering van rechtswege was toegekend per 1 juni 2006. Verweerder stelde echter dat zwaarwegende dienstbelangen zich verzetten tegen het verzoek en dat het overleg over het verzoek de beslistermijn opschortte.
Verzoeker diende bezwaar in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit van 23 juni 2006, waarin het verzoek werd afgewezen, te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de mondelinge beslissing van 24 mei 2006, bevestigd in het schriftelijke besluit van 29 juni 2006, als een besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt en dus voor beroep vatbaar is.
De voorzieningenrechter vond echter dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat er sprake was van zwaarwegende dienstbelangen vanwege onderbezetting en dat het verzoek niet met vrucht kon worden toegewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot weigering van vermindering van arbeidsuren wordt afgewezen.