ECLI:NL:RBROE:2006:AX3741
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.M.L.M. Magnée
- Rechtspraak.nl
Geen inbrengverplichting voor gebruik woning en nutsvoorzieningen zonder bevoordelingsbedoeling
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een erfgenaam verplicht was tot inbreng van een vermeende gift in de nalatenschap. De erfgenamen zijn kinderen van overleden ouders die een woning verkochten aan één van de erfgenamen. Deze erfgenaam betaalde maandelijks een bijdrage voor nutsvoorzieningen, maar er was discussie over de vraag of zij een inbrengverplichting had voor het gebruik van de woning en nutsvoorzieningen.
De rechtbank stelde vast dat het nieuwe erfrecht sinds 1 januari 2003 geldt, maar dat overgangsrecht bepaalt dat een inbrengverplichting uit het oude erfrecht blijft gelden indien de erflater deze niet heeft ontheven. De kernvraag was of sprake was van een gift, waarvoor vereist is dat de gever met bevoordelingsbedoeling handelde en de begiftigde daarvan bewust was.
De rechtbank concludeerde dat de maandelijkse bijdrage van ƒ 200,00 door de erfgenaam aan de moeder niet als gift kon worden aangemerkt, omdat de kosten van nutsvoorzieningen van de bankrekening van de moeder werden betaald en louter passiviteit geen bevoordelingsbedoeling impliceert. Er was geen bewijs dat de moeder een bevoordelingsbedoeling had of dat de erfgenaam zich daarvan bewust was.
Daarom rustte er geen inbrengverplichting op de erfgenaam. De vordering om een inbrengverplichting vast te stellen werd afgewezen. Gezien de familierelatie werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en stelt dat geen inbrengverplichting rust op de erfgenaam.