ECLI:NL:RBROE:2005:AU8499
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname disproportioneel bij voetbalincident
De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bevel van de officier van justitie tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek na een veroordeling wegens mishandeling tijdens een voetbalwedstrijd. De rechtbank oordeelde dat het betrof een incident van beperkte omvang gepleegd door een 44-jarige man zonder strafblad, waarvoor een voorwaardelijke werkstraf werd opgelegd.
De rechtbank overwoog dat de uitzonderingsbepaling in artikel 2, eerste lid onder b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden slechts in beperkte mate geldt, maar dat in dit geval het bepalen en verwerken van het DNA-profiel disproportioneel is. Dit omdat het DNA-profiel naar verwachting niet van betekenis zal zijn voor de opsporing of vervolging van strafbare feiten.
De rechtbank nam ook de privacybelangen van de veroordeelde mee, evenals het gelijkheidsbeginsel. Gezien de aard van het delict en de omstandigheden achtte de rechtbank de afname van DNA disproportioneel en verklaarde het bezwaar gegrond. De officier van justitie werd bevolen het celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.