ECLI:NL:RBROE:2005:AU7540
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken sloot bij toepassing bestrijdingsmiddel Roundup ECON 400
De zaak betreft het gebruik van het bestrijdingsmiddel Roundup ECON 400 op een perceel gelegen tussen het talud van een hoger gelegen wegberm en een lager gelegen perceel, waarbij de vraag was of dit perceel als sloot of sloottalud kan worden aangemerkt volgens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
De verdachte voerde aan dat het perceel geen sloot is omdat het niet in verbinding staat met oppervlaktewater en zelfs bij hevige regenval geen water voert. De politierechter overwoog dat het begrip sloot moet worden geïnterpreteerd aan de hand van het begrip oppervlaktewater uit de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren en jurisprudentie, waarbij verbinding met ander oppervlaktewater en het gebruiksdoel bepalend zijn.
Uit het aanvullend proces-verbaal en verklaringen bleek dat het perceel niet in verbinding staat met ander oppervlaktewater en geen water voert, ook niet bij hevige regenval. Daarom is het geen sloot in de zin van de wet en geldt het verbod op toepassing van Roundup ECON 400 op sloottaluds niet.
De politierechter verklaarde het ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het gebruikte perceel geen sloot of sloottalud is in de zin van de wet.