ECLI:NL:RBROE:2005:AU7255
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Voncken
- Th.M. Schelfhout
- M.M.Th. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing bewaarplicht asbus crematorium
Crematorium Midden-Limburg B.V. (CML) en de nabestaanden van een overledene hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Officier van Justitie om ontheffing te weigeren van de bewaarplicht van de asbus na crematie. Het verzoek om ontheffing werd afgewezen omdat volgens de richtlijn van het College van procureurs-generaal alleen in bijzondere gevallen ontheffing kan worden verleend, zoals bij bijzondere religieuze voorschriften of het overkomen van familieleden uit het buitenland.
De rechtbank oordeelt dat CML geen belanghebbende is bij het verzoek om ontheffing, omdat het verzoek namens de nabestaanden is gedaan. Wel is het belang van CML als houder van het crematorium bij het besluit van belang, zodat de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar onterecht was en dit deel van het besluit wordt vernietigd.
De rechtbank stelt vast dat de weigering van ontheffing terecht is, omdat het verzoek niet voldoet aan de criteria van bijzondere gevallen zoals bedoeld in de Wet op de lijkbezorging en de richtlijn van de PG’s. Het gebruik van directe bijzetting bij Duitse katholieken vormt geen bijzondere situatie die ontheffing rechtvaardigt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vrij verkeer van diensten faalt. De rechtbank veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard door vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van CML, maar het verzoek om ontheffing wordt afgewezen.