ECLI:NL:RBROE:2005:AU6456
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.G. van Baal
- D.C.M. Bomans
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen jegens verstandelijk beperkt slachtoffer
De rechtbank Roermond behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen op een slachtoffer met een verstandelijke beperking, in de periode van juni 2002 tot januari 2003. De tenlastelegging betrof meerdere keren wrijven over en/of betasten van de borsten en/of de vagina van het slachtoffer, dat cognitief functioneert op het niveau van een vier- tot zevenjarige.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was, de rechtbank bevoegd was en de officier van justitie ontvankelijk. De verdediging voerde bewijsuitsluiting aan van bepaalde dagrapporten, maar dit werd verworpen omdat het belang van verdachte niet werd geschaad. De verklaringen van het slachtoffer vormden de enige directe bron van bewijs.
De rechtbank hechtte aan het rapport van prof. dr. R. Bullens, die stelde dat de verklaringen van het slachtoffer niet per definitie op seksueel misbruik hoeven te wijzen, mede gezien de verzorgingssituatie en het cognitieve en sociaal-emotionele functioneren van het slachtoffer. Ook was niet duidelijk of sprake was van een spontane onthulling. Gezien deze omstandigheden en de incomplete dagrapporten oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde ontuchtige handelingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen.