ECLI:NL:RBROE:2005:AU0719
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen en WWB op grond van voorliggende voorziening
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), welke is afgewezen nadat hij reeds enkele voorschotten had ontvangen. In afwachting van de beslissing op deze aanvraag heeft eiser een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), die op grond van artikel 15 van Pro de WWB is afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser als zelfstandige moet worden aangemerkt volgens het Bbz en dat het Bbz een voorliggende voorziening is ten opzichte van de WWB. Hierdoor komt eiser niet in aanmerking voor een WWB-uitkering. Verder is overwogen dat de hardheidsclausule van artikel 16 WWB Pro niet van toepassing is, omdat niet is gebleken van zeer dringende of acute noodsituaties die bijstand onvermijdelijk maken.
Eiser heeft aangevoerd dat hij onvoldoende is geïnformeerd en dat hij van december 2003 tot augustus 2004 geen beroep kon doen op een voorliggende voorziening, waardoor toepassing van artikel 16 WWB Pro gerechtvaardigd zou zijn. De rechtbank acht dit echter onvoldoende onderbouwd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WWB-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege het bestaan van een voorliggende voorziening onder het Bbz.