ECLI:NL:RBROE:2005:AS8505
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering na overschrijding opschortingstermijn
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Venlo om haar bijstandsuitkering met ingang van 1 april 2004 in te trekken. De intrekking volgde nadat verzoekster niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens had verstrekt, waaronder verklaringen over vakanties en verblijf van haar echtgenoot in het buitenland.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening is voldaan, maar dat onverwijlde spoed ontbreekt omdat het besluit naar voorlopig oordeel rechtmatig is. De wettelijke grondslag voor de intrekking is artikel 54, vierde lid, van de Wet werk en bijstand (WWB), dat intrekking toestaat indien een verzuim binnen de opschortingstermijn niet wordt hersteld.
Verzoekster beroept zich op overschrijding van de maximale opschortingstermijn van acht weken en op de zesmaandenjurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, maar de voorzieningenrechter acht deze argumenten niet doorslaggevend. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het bestreden besluit blijft van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.