ECLI:NL:RBROE:2004:AR7918

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
22 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
64942 / JE RK 04-880
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.C.G. Brants
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:261 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in gesloten inrichting

De zaak betreft een verzoek van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot spoeduithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten inrichting. De minderjarige was onder toezicht gesteld en verbleef tijdelijk bij Stichting Roerzicht na weglopen en onderduiken.

De stichting acht een gesloten plaatsing noodzakelijk vanwege gedragsproblemen en het belang van een persoonlijkheidsonderzoek. De minderjarige en zijn raadsman verzochten primair afwijzing van het verzoek en subsidiair uitstel van behandeling om het verblijf bij Roerzicht te beproeven en een persoonlijkheidsonderzoek te laten verrichten.

De moeder steunt het verzoek tot gesloten plaatsing, terwijl de begeleidster van Roerzicht bevestigt dat de minderjarige zich daar goed voelt en dat een persoonlijkheidsonderzoek snel kan starten. De kinderrechter oordeelt dat aan het vereiste voor gesloten opname is voldaan, maar dat effectuering pas aan de orde komt indien het onderzoek uitwijst dat andere behandeling faalt.

Daarom wordt de machtiging verleend onder de voorwaarde dat het onderzoek in Roerzicht kan worden afgewacht en gedragsproblemen niet escaleren. De machtiging geldt tot uiterlijk 17 april 2005 en vervalt indien niet binnen drie maanden uitgevoerd. Ouders dienen bij te dragen aan de kosten volgens geldende regeling.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een voorwaardelijke machtiging tot gesloten plaatsing van de minderjarige tot uiterlijk 17 april 2005 onder voorwaarden.

Uitspraak

Zaak-/rolnummer: 64942 / JE RK 04-880.
Datum uitspraak: 22 december 2004.
B E S C H I K K I N G
van de kinderrechter in de rechtbank Roermond
in vervolg op het op 8 december 2004 ingediende verzoekschrift van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, mede kantoorhoudende te Roermond, tot verlening van een machtiging tot spoeduithuisplaatsing in een gesloten inrichting van:
[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum], hierna te noemen de minderjarige.
De kinderrechter merkt naast de minderjarige als belanghebbende aan:
- [de moeder],
wonende te [woonplaats],
[adres].
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder.
1. Het verloop van de procedure
De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de stichting voornoemd. De ondertoezichtstelling loopt tot 17 april 2005.
Het hulpverleningsplan en het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling zijn bij het verzoekschrift overgelegd.
De machtiging tot spoeduithuisplaatsing wordt verzocht in het belang van de verzorging en de opvoeding van de minderjarige.
Aangezien de gezinsvoogdij-instelling machtiging heeft verzocht tot plaatsing van de minderjarige in een gesloten inrichting, is aan de minderjarige als raadsman toegevoegd mr. F.A. Dronkers, advocaat te Roermond.
Bij beschikking van 8 december 2004 verleende de kinderrechter reeds machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een gesloten inrichting, met ingang van 8 december 2004 voor de duur van twee weken en heeft de kinderrechter de beslissing voor het overige aangehouden.
Op 21 december 2004 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.
Bij de behandeling zijn verschenen:
- de minderjarige, bijgestaan door mr. F.A. Dronkers,
- [de moeder],
- Mevrouw [achternaam], begeleidster van de Stichting Roerzicht;
- een vertegenwoordiger van de stichting.
2. Vaststellingen en overwegingen
2.1 De vertegenwoordigster van de stichting heeft ter zitting naar voren gebracht dat [de minderjarige] in november bij Xonar is weggelopen en vervolgens ondergedoken heeft gezeten. [de minderjarige] heeft zich zelf gemeld bij stichting Roerzicht en verblijft daar nu weer sinds een week. Alhoewel de vertegenwoordigster heel blij is dat [de minderjarige] daar nu kan verblijven handhaaft de stichting het verzoek, gelet op het feit dat zij een plaats in Roerzicht niet geschikt acht voor [de minderjarige]. Gelet op de voorgeschiedenis, het psychodiagnostisch onderzoek d.d. 08 maart 2004 en het verslag van Xonar d.d. 08 december 2004 is de stichting van mening dat [de minderjarige] in aanvang gesloten geplaatst dient te worden en aldaar een persoonlijkheidsonderzoek dient te ondergaan. [de minderjarige] heeft behandeling nodig en Roerzicht is niet de plaats waar gewerkt kan worden aan gedragsproblemen.
2.2. Door en namens [de minderjarige] heeft de raadsman primair verzocht het verzoek af te wijzen en subsidiair om de behandeling ter zitting voor een termijn van 2 á 3 maanden aan te houden, teneinde [de minderjarige] in die tijd een kans te geven te bewijzen dat hij het daar goed kan doen alsmede om in samenspraak met Roerzicht en de stichting een persoonlijkheidsonderzoek door de Riagg te laten verrichten.
2.3 Moeder heeft aangevoerd dat zij achter het verzoek van de stichting staat, zij is het niet eens met het verblijf van [de minderjarige] op Roerzicht. Moeder heeft gesteld dat zij het beste wil voor [de minderjarige] en dat het in zijn belang is dat hij behandeld dient worden voor zijn gedragsproblemen.
2.4 Mevrouw [achternaam] heeft naar voren gebracht dat het [de minderjarige] in de zomer reeds enkele maanden op Roerzicht heeft verbleven. [de minderjarige] doet het goed op Roerzicht, hij voelt er zich thuis. Er is al een traject opgestart voor daginvulling, vanaf januari 2005 kan hij naar school. Roerzicht heeft goede contacten met de Riagg en er kan heel snel een persoonlijkheidsonderzoek gestart worden. Ook ambulante behandeling zou vanuit het verblijf op Roerzicht kunnen plaatsvinden.
2.5 Op grond van de verkregen inlichtingen is de kinderrechter van oordeel dat gelet op het bepaalde in artikel 1:261, leden 1 en 3, Burgerlijk Wetboek, in aanvang aan het vereiste van opname in een gesloten inrichting is voldaan.
Gelet echter op de onderliggende stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is de kinderrechter evenwel van oordeel dat de effectuering van zulk een machtiging eerst aan de orde komt indien uit een nog op te starten persoonlijkheidsonderzoek naar voren komt dat iedere andere behandeling dan die in geslotenheid zal falen. De gedragsproblemen van de minderjarige zijn op dit moment niet zodanig dat de resultaten van een persoonlijkheidsonderzoek niet in Roerzicht zouden kunnen worden afgewacht.
In samenspraak met de stichting, Roerzicht en de Riagg kan vanuit Roerzicht een persoonlijkheidsonderzoek worden geëntameerd.
De kinderrechter zal dan ook de machtiging tot gesloten plaatsing verlenen onder de voorwaarde dat de uitslag van het persoonlijkheidsonderzoek door de minderjarige in Roerzicht kan worden afgewacht alsmede onder de voorwaarde dat de gedragsproblemen van de minderjarige tijdens zijn verblijf op Roerzicht niet zodanig escaleren dat het niet langer verantwoord is de uitslag van dat onderzoek buiten de geslotenheid af te wachten.
Afhankelijk van de uitslag van het persoonlijkheidsonderzoek kan de stichting tot effectuering van de machtiging overgaan.
De kinderrechter stelt dat een dergelijke machtiging geoorloofd is. Deze vindt immers zijn oorsprong in artikel 1:261 van Pro het Burgerlijk Wetboek, maar strekt door zijn voorwaardelijk karakter minder ver dan de machtiging die van meet af aan daadwerkelijke uithuisplaatsing beoogt.
Ter voorlichting van belanghebbenden wordt opgemerkt dat deze machtiging vervalt, indien deze gedurende drie maanden niet ten uitvoer is gelegd.
Aan deze mogelijke plaatsing zijn kosten verbonden, in welke kosten de ouders dienen bij te dragen, conform de daarvoor geldende regeling.
BESLISSING
De kinderrechter:
Verleent (voorwaardelijke) machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een gesloten inrichting, tot uiterlijk 17 april 2005;
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 22 december 2004 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
Type: etol.
Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.