ECLI:NL:RBROE:2004:AR5673
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens verblijf in het buitenland niet als vakantie aangemerkt
Eiser ontving een WW-uitkering die per 11 december 2003 werd beëindigd omdat hij zich in het buitenland bevond anders dan voor vakantie. Eiser verbleef van 11 tot 19 december 2003 in Slovenië vanwege de kritieke gezondheidstoestand en het overlijden van zijn moeder. Verweerder stelde dat het verblijf niet als vakantie kon worden aangemerkt en dat eiser daarom geen recht had op uitkering in die periode.
Eiser voerde aan dat hij geen inschrijvings- en sollicitatieplicht had en direct kon vertrekken zonder gevolgen voor zijn uitkering. Hij stelde ook dat hij na terugkeer contact opnam en te horen kreeg dat alles in orde was. Verweerder handhaafde het besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de definitie van vakantie in de Vakantieregeling WW ruim is en dat verweerder naliet om te onderzoeken of eiser vakantie wilde opnemen. Dit is in strijd met artikel 3:2 Awb Pro, dat vereist dat een bestuursorgaan relevante feiten en belangen zorgvuldig onderzoekt. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.