ECLI:NL:RBROE:2003:AN7659
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.M. Schelfhout
- F.J.C. Huijbers
- C.M.W. Nobis
- Rechtspraak.nl
Ontslag burgemeester wegens verstoorde verhoudingen met gemeenteraad bevestigd
Burgemeester A werd bij koninklijk besluit ontslagen wegens verstoorde verhoudingen met de gemeenteraad van gemeente C. Dit ontslag volgde na een incident in een drogisterij en daaropvolgende onrust in de gemeenschap. De gemeenteraad had een verklaring voorbereid waarin zij twijfelde aan de voortzetting van het burgemeesterschap van A.
A tekende onder druk een overeenkomst waarin zij instemde met terugtreden en afstand deed van financiële aanspraken. De minister verleende daarop eervol ontslag, waarop het college van burgemeester en wethouders bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de minister redelijkerwijs mocht concluderen dat sprake was van verstoorde verhoudingen, mede gelet op het advies van de commissaris van de Koningin en de omstandigheden rondom het incident en de reactie van de raad. De overeenkomst van 2 juli 2002 werd niet als bindend voor het ontslag beschouwd.
Ook het beroep dat de minister de financiële gevolgen deels voor rekening van het rijk had moeten nemen, werd ongegrond verklaard. De minister had dit discretionair beoordeeld en voldoende gemotiveerd waarom hij hiervan afzag.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en het ontslag van burgemeester A bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag van burgemeester A wegens verstoorde verhoudingen met de gemeenteraad wordt ongegrond verklaard.