ECLI:NL:RBROE:2003:AL7147
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.C.M. Bruinsma
- E.P.J. Rutten
- A.J.M. Huisman-Kreijn
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overschrijding redelijke termijn in ontnemingsvordering
De zaak betreft een ontnemingsvordering die door het openbaar ministerie werd aangekondigd op 5 december 1997 en formeel werd aangebracht op 1 december 1999. Gezien de complexiteit van het financiële strafrechtelijke onderzoek achtte de rechtbank deze termijn niet onredelijk. Op 31 maart 2000 werd de zaak aangehouden om aanvullende bewijsmiddelen te verkrijgen, die uiteindelijk op 10 juli 2000 beschikbaar kwamen.
Na deze datum heeft de zaak echter bijna drie jaar onaangeroerd gelegen zonder aanwijsbare of aannemelijke reden. De rechtbank oordeelt dat dit een schending van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM Pro oplevert. Hoewel doorgaans een termijnoverschrijding leidt tot vermindering van het ontnemingsbedrag, acht de rechtbank de situatie dermate uitzonderlijk dat niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie passend is.
De rechtbank wijst tevens het standpunt van de officier van justitie af dat hij door zijn eerdere opstelling in de raadkamer het recht zou hebben verspeeld om de zaak opnieuw aan te brengen. Een eenmaal aanhangige zaak kan niet door het OM onder de rechter worden weggenomen door deze niet meer aan te brengen. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige strafkamer op 4 juni 2003.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn in de ontnemingsvordering.