ECLI:NL:RBROE:2003:AI0649
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.M. de Lange
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- J.H. Klifman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding Wet toezicht kredietwezen 1992 en oplegging maatregel goedmaking
Deze strafzaak betreft de verdachte die tussen 1996 en 1999 bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden heeft aangetrokken, ter beschikking heeft verkregen en/of bemiddeld heeft in strijd met artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte deze activiteiten buiten besloten kring en gericht op het publiek heeft verricht, waarbij sprake was van niet-professionele beleggers.
De verdediging voerde aan dat opzet niet vereist was en dat verdachte geen schuld had, maar dit verweer werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat voldoende bewijs bestond dat verdachte willens en wetens handelde. Het bewijs bestond uit verklaringen, documenten en het feit dat verdachte aanspreekbaar was voor geïnteresseerden.
De rechtbank legde een taakstraf van 50 uur onbetaalde arbeid op, een geldboete van €5.000 met vervangende hechtenis bij niet-betaling, en een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een maatregel van goedmaking opgelegd van €25.000 ten behoeve van de gerechtigden. De vorderingen van benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de civiele rechter.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, het grote aantal slachtoffers, het persoonlijk leed, en de lange duur van de procedure. De rechtbank hield ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de draagkracht bij de geldboete. De maatregel van goedmaking is gebaseerd op artikel 8 van Pro de Wet op de economische delicten en beoogt het rechtzetten van de onrechtmatige situatie ten nadele van de slachtoffers.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur, een geldboete van €5.000 en een maatregel van goedmaking van €25.000.