ECLI:NL:RBROE:2001:AE4264
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. Dassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen vaststelling WAO-uitkering en dagloon
Eiser, die sinds december 1998 arbeidsongeschikt is, ontving een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% en een dagloon van f 295,30. Na een toename van zijn arbeidsongeschiktheid werd hij per 24 mei 2000 ingedeeld in de klasse 80 tot 100%. Verweerder stelde het vervolgdagloon vast op f 198,48 en weigerde het bezwaar van eiser tegen deze vaststelling.
Eiser betoogde dat op grond van artikel 40 lid 3 juncto Pro artikel 21a WAO de duur van de loondervingsuitkering voor hem een jaar zou moeten zijn, omdat hij op het moment van herziening 38 jaar was. De rechtbank oordeelde echter dat het derde lid van artikel 40 alleen Pro van toepassing is indien de herziening plaatsvindt tijdens het ontvangen van een vervolguitkering, terwijl eiser op dat moment nog een loondervingsuitkering ontving.
De rechtbank vond dat het besluit van verweerder om het bezwaar ongegrond te verklaren terecht was en dat het bestreden besluit de rechterlijke toets kan doorstaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser en zijn gemachtigde waren niet verschenen bij de zitting van 1 mei 2001.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot vaststelling van de WAO-uitkering en het vervolgdagloon wordt ongegrond verklaard.