ECLI:NL:RBROE:2001:AB1868
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek minderjarige tot wijziging ouderlijk gezag
Priscilla heeft bij de rechtbank verzocht om het ouderlijk gezag over haar te wijzigen van moeder naar vader, waarbij de ouders het verzoek mede hebben ondertekend. De rechtbank heeft Priscilla gehoord en onderzocht of het verzoek ontvankelijk is op grond van artikel 1:251a BW juncto artikel 1:251 lid 2 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de ouders in 1992 zijn gescheiden en dat het ouderlijk gezag momenteel bij de moeder berust. Artikel 1:251a BW biedt minderjarigen een eigen rechtsingang om gezamenlijk ouderlijk gezag aan te vechten, maar is niet bedoeld voor het wijzigen van éénhoofdig gezag. De situatie van Priscilla betreft geen gezamenlijk gezag maar een verzoek tot wijziging van éénhoofdig gezag.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet binnen de reikwijdte van artikel 1:251a BW valt en dat ook het Verdrag inzake de rechten van het kind geen aanleiding geeft het verzoek in behandeling te nemen. De wijziging van éénhoofdig gezag kan alleen op verzoek van ouders worden gedaan. Daarom verklaart de rechtbank Priscilla niet ontvankelijk in haar verzoek.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzoek van de minderjarige niet ontvankelijk wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor wijziging van éénhoofdig gezag door minderjarige.