ECLI:NL:RBROE:2001:AB1222
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding ingeleverde Reichsmarken wegens termijnoverschrijding
Eiser verzocht de Minister van Financiën om vergoeding van op 18 juni 1945 ingeleverde Reichsmarken, met toepassing van de destijds geldende regeling. Deze aanvraag werd afgewezen omdat het verzoek ruim na de uiterste indieningsdatum van 31 juli 1954 was ingediend. De rechtbank oordeelde dat het Besluit Regeling in- en uitvoer Nederlandsch en vijandelijk geld 1944 niet was ingetrokken en dat verweerder bevoegd bleef om op het verzoek te beslissen.
De rechtbank vernietigde het besluit van 4 september 2000 dat het bezwaar van eiser afwees, omdat verweerder niet tijdig had beslist. Vanwege proceseconomie besloot de rechtbank zelf het verzoek af te wijzen, aangezien het verzoek duidelijk buiten de termijn viel. Daarnaast werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
De procedure omvatte een bezwaarschrift van 5 juni 2000, een besluit op bezwaar van 4 september 2000, en een beroep bij de rechtbank op 28 augustus 2000. De rechtbank benadrukte dat het besluit op bezwaar een besluit in de zin van de Awb is en dat de termijn voor indiening van het verzoek strikt is. De rechtbank wees het verzoek af en bepaalde dat de Staat het griffierecht aan eiser vergoedt.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van ingeleverde Reichsmarken wordt afgewezen wegens overschrijding van de termijn.