ECLI:NL:RBROE:2000:AA9296
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening
- F.J.C. Huijbers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing schorsing bouwvergunning vanwege ongeoorloofde mandaatverlening
De rechtbank Roermond behandelde het verzoek van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) om de schorsing van een bouwvergunning op te heffen. Deze schorsing was eerder door de president van de rechtbank uitgesproken vanwege een forse inbreuk op het geldende planologisch regime.
B&W had bij het verlenen van de vrijstelling gebruikgemaakt van een verklaring van geen bezwaar die namens Gedeputeerde Staten (GS) door een ambtenaar in mandaat was afgegeven. Recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter geoordeeld dat mandaatverlening voor het verlenen van een verklaring van geen bezwaar in beginsel ongeoorloofd is, tenzij sprake is van een niet ingrijpende inbreuk op de planologische situatie.
De rechtbank concludeert dat de vrijstelling een gradueel verminderde, maar nog steeds ingrijpende inbreuk op het planologisch regime inhoudt, waardoor de mandaatverlening ongeoorloofd was. Hierdoor mocht B&W bij het besluit op bezwaar geen gebruik maken van deze mandaatverlening. Daarom zijn er geen gronden om de schorsing op te heffen. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing van de bouwvergunning wordt afgewezen wegens ongeoorloofde mandaatverlening.