ECLI:NL:RBROE:2000:AA6876
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde weigering verlenging gedoogbeschikking exploitatie prostitutiebedrijf
Verzoeker exploiteerde een prostitutiebedrijf waarvoor hij voor 1999 een gedoogbeschikking had ontvangen. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) weigerde deze gedoogbeschikking per 1 januari 2000 te verlengen vanwege overtredingen van de voorwaarden, waaronder aanwezigheid van een illegale vreemdeling en strijd met de Wet Arbeid Vreemdelingen.
Verzoeker stelde dat het besluit niet bevoegd was genomen, omdat alleen de burgemeester bevoegd is tot het handhaven van de openbare orde en het gedogen daarvan. De rechtbank oordeelde dat de weigering om de gedoogbeschikking te verlengen wel degelijk een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is, omdat het een zelfstandige betekenis heeft en gebaseerd is op beleidsregels uit de prostitutienota.
De rechtbank stelde vast dat het college van B&W niet bevoegd is tot het nemen van dit besluit, aangezien bestuursdwang en het afzien daarvan (gedogen) exclusieve bevoegdheden van de burgemeester zijn volgens de Gemeentewet. Daarom werd het besluit vernietigd en het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van bevoegdheidsverdeling binnen het gemeentelijk bestuur bij handhaving van de openbare orde en het gedogen van prostitutiebedrijven.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de gedoogbeschikking niet te verlengen is vernietigd wegens onbevoegdheid.