ECLI:NL:RBROE:1999:AA3955
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Voncken
- F.J.C. Huijbers
- R.H. Smits
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende genuanceerde boetebepaling en matiging boete
Eiser diende een aanvraag in voor een WW-uitkering en kreeg deze toegekend per 9 december 1996. Later werkte hij via een uitzendbureau, maar vermeldde niet alle gewerkte uren op zijn werkbriefjes, wat leidde tot een boete van 300 gulden wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat het Boetebesluit in strijd was met hogere wetgeving en dat de boete disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht inderdaad had geschonden door niet alle uren te melden, ook al dacht hij dat het om onbetaalde instructiedagen ging. Wel stelde de rechtbank vast dat de artikelen 3 en 4 van het Boetebesluit onvoldoende genuanceerd waren omdat zij alleen het benadelingsbedrag als maatstaf namen en andere relevante factoren negeerden. Hierdoor werd de verbindende kracht van deze bepalingen ontnomen.
De rechtbank mat de boete daarom naar 150 gulden, passend bij de ernst van het verzuim en de verwijtbaarheid. Hoewel eiser niet was verschenen, achtte de rechtbank de cautieplicht (informeringsplicht over het recht om te zwijgen) voldoende nageleefd. De uitspraak vernietigt het bestreden besluit en treedt in de plaats daarvan met een lagere boete en volledige vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Boetebesluit vernietigd en boete gematigd naar 150 gulden wegens onvoldoende genuanceerde boetebepaling.