Uitspraak
1.Waar deze zaak over gaat
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten in 2015 een overeenkomst van opdracht waarbij eiser accountantswerkzaamheden verrichtte voor gedaagde tegen betaling. In 2022 maakten zij aanvullende betalingsafspraken, maar gedaagde vernietigde deze aanvullende overeenkomst in mei 2025 wegens misbruik van omstandigheden, wat door eiser werd geaccepteerd.
Eiser vorderde betaling van €16.000, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Gedaagde voerde aan dat het tarief van eiser niet marktconform was en dat reeds betalingen waren verricht die in mindering moesten worden gebracht. De kantonrechter stelde vast dat partijen terugvallen op de oorspronkelijke overeenkomst van 2015 en dat eiser voldoende had onderbouwd dat gedaagde nog €31.015,17 verschuldigd was, waarvan eiser zijn vordering had gematigd tot €16.000.
Het verweer van gedaagde werd verworpen omdat hij het niet-marktconforme tarief niet had onderbouwd en de betalingen deels betrekking hadden op eerdere facturen. Ook de vordering voor wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de incassokosten en proceskosten, met veroordeling tot betaling binnen veertien dagen en uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €16.000, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.