ECLI:NL:RBOVE:2026:972

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
12003856 \ CV EXPL 25-3588
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:265 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Woningstichting Domijn vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde], ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand van €6.978,29. De huurder erkent de achterstand maar beroept zich op persoonlijke en financiële omstandigheden en hulp van de Stadsbank.

De kantonrechter beoordeelt dat de huurder onvoldoende gemotiveerd is om de schuld te voldoen en dat de persoonlijke omstandigheden geen overmacht vormen. De huurachterstand is ernstig en rechtvaardigt ontbinding en ontruiming. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen.

De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en tot betaling van de huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met kosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12003856 \ CV EXPL 25-3588
Vonnis van 24 februari 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING DOMIJN,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij, hierna te noemen Domijn,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 november 2025;
- de mondelinge conclusie van antwoord van 9 december 2025;
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 10 februari 2026. Namens Domijn is verschenen mevrouw [naam 1], vergezeld van mevrouw [naam 2], werkzaam bij Groothuis Ligtermoet & Nijhuis. Mevrouw [naam 3], jongerencoach gemeente Enschede was aanwezig voor [gedaagde]. [gedaagde] is niet verschenen.
Domijn heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een akte met een actuele specificatie van de huurachterstand overgelegd.
Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Domijn verhuurt met ingang van 31 januari 2025 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt 861,41 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Domijn heeft [gedaagde] meerdere keren aangemaand om aan zijn betalingsverplichting te voldoen.

3.Het geschil

De vordering

3.1.
Domijn vordert - kort gezegd - ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke kosten en rente, zijnde een bedrag van € 6.978,29, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Domijn legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Domijn de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
Het verweer
3.3.
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat hij vanwege zijn persoonlijke en financiële omstandigheden niet in staat is geweest de achterstallige huurpenningen te voldoen. [gedaagde] zegt dat hij hulp heeft gezocht bij de Stadsbank Oost Nederland en dat de Stadsbank vanaf december 2025 zijn vaste lasten waaronder de lopende huur zal gaan betalen. [gedaagde] zegt dat hij alles wat binnen zijn mogelijkheden ligt zal doen om tot een oplossing van de huurschuld te komen zodat hij in het gehuurde kan blijven wonen.
3.4.
Bij akte heeft Domijn aangegeven dat de huurachterstand is opgelopen en [gedaagde] totaal niet met haar communiceert en dat [gedaagde] geen enkel initiatief heeft getoond. Domijn heeft van mevrouw Paliana vernomen dat [gedaagde] tot twee keer toe niet is verschenen op een afspraak bij de Stadsbank. Domijn heeft geen enkel vertrouwen dat [gedaagde] eventuele afspraken in de toekomst wel zal nakomen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.2.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
4.3.
[gedaagde] heeft erkend dat er een huurachterstand is die tot 1 december 2025 berekend is op € 6.115,49. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
4.4.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
4.5.
Domijn vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Domijn heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en daarom zal een bedrag van € 280,09 worden toegewezen.
4.6.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Domijn heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ontbinding en ontruiming
4.7.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde], mede door het niet verschijnen op de mondelinge behandeling, onvoldoende heeft laten zien dat hij gemotiveerd is om tot een oplossing van de huurachterstand te komen. De door [gedaagde] genoemde persoonlijke en financiële omstandigheden leveren geen overmacht op en ontslaan [gedaagde] niet van de verplichting om de huur tijdig te voldoen. De gevorderde ontbinding en ontruiming zal daarom worden toegewezen. De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld.
4.9.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Domijn worden begroot op:
dagvaarding € 145,45
griffierecht € 543,00
salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten x tarief € 360,00)
nasalaris
€ 144,00
totaal € 1.552,45

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het perceel met aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres];
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om deze onroerende zaak met al wie en al wat zich daarin vanwege [gedaagde] bevindt binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Domijn te stellen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Domijn te betalen een bedrag van € 6.978,29 wegens de tot 1 december 2025 verschuldigde huurbedragen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.115,49 vanaf
7 november 2025 tot de dag van de volledige betaling en verder met een bedrag gelijk aan de thans geldende huurprijs, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, als huurpenningen c.q. vergoeding voor voortgezet gebruik, gerekend vanaf 1 december 2025 tot de dag van ontruiming van voormeld perceel door Domijn, een gedeelte van een maand voor een volle maand te rekenen;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot op heden aan de kant van Domijn begroot op € 1.336,45, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening, indien de gedaagde partij niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
5.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)