ECLI:NL:RBOVE:2026:967

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11858353 \ CV EXPL 25-2480
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:159 BWArt. 6:119 BWArt. 43 algemene voorwaardenArt. 53 algemene voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding leaseovereenkomsten wegens niet-nakoming door eenmanszaak ondanks betwisting B.V.-status

Eiser heeft diverse leaseovereenkomsten gesloten met gedaagde, die zijn verplichtingen uit twee daarvan niet is nagekomen. Gedaagde stelde dat de overeenkomsten door zijn B.V. waren gesloten, maar de kantonrechter concludeerde dat beide contracten zijn aangegaan door gedaagde handelend namens zijn eenmanszaak.

De kantonrechter overwoog dat voor een rechtsgeldige overdracht van de overeenkomsten aan de B.V. een akte en medewerking van eiser vereist zijn, wat niet is gebleken. Betalingen vanuit de B.V. waren onvoldoende om stilzwijgende overdracht aan te nemen.

De leaseovereenkomsten zijn ontbonden wegens wanprestatie, waarbij gedaagde de hoofdsom van € 23.835,21, incassokosten van € 2.383,52 en proceskosten van € 2.872,73 moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde contractuele rente is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: De leaseovereenkomsten zijn ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot betaling van hoofdsom, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11858353 \ CV EXPL 25-2480
Vonnis van 24 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
eisende partij, hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J. Rietman, werkzaam bij VD&P juristen,
tegen
[gedaagde], voorheen handelend onder de naam [bedrijf],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de akte wijziging van eis, tevens aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

[gedaagde] heeft diverse leaseovereenkomsten gesloten met [eiser]. [gedaagde] is zijn verplichtingen uit twee van deze leaseovereenkomsten niet nagekomen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] deze overeenkomsten gesloten namens zijn eenmanszaak, terwijl deze volgens [gedaagde] door zijn B.V. zijn gesloten. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de twee leaseovereenkomsten waar het in deze zaak over gaat, beiden zijn gesloten door [gedaagde] handelend namens zijn eenmanszaak. [gedaagde] moet de hoofdsom en het grootste deel van de bijkomende kosten betalen.

3.De feiten

3.1.
[eiser] heeft op 8 november 2021 een huurkoopovereenkomst gesloten met [gedaagde] met betrekking tot een Mercedes-Benz Citan (hierna te noemen: Mercedes Citan).
3.2.
[eiser] heeft op 19 oktober 2023 een huurkoopovereenkomst gesloten met [gedaagde] met betrekking tot een Mercedes-Benz E 200 D (hierna te noemen:
Mercedes E-klasse).
3.3.
Op de tussen partijen gesloten overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van [eiser] van toepassing.
3.4.
Op 12 maart 2024 is bij de Kamer van Koophandel geregistreerd dat de eenmanszaak van [gedaagde] is opgeheven met ingang van 1 maart 2023. [gedaagde] heeft zijn werkzaamheden voortgezet in een B.V. Deze B.V. is op enig moment failliet verklaard.
3.5.
[gedaagde] is op enig moment opgehouden met het betalen van de leasetermijnen. In reactie daarop heeft [eiser] aan [gedaagde] medegedeeld de leaseovereenkomsten te ontbinden en de Mercedes Citan en de Mercedes E-klasse verkocht tegen een totaalbedrag van € 24.088,34.

4.Het geschil

De vordering
4.1.
[eiser] vordert – na wijziging van eis – de verklaring voor recht dat de financial lease overeenkomsten tussen partijen zijn ontbonden, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 26.644,55 vermeerderd met rente en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en incassokosten.
4.2.
[eiser] legt aan het gevorderde ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de leaseovereenkomsten. Op grond daarvan heeft [eiser] de overeenkomsten ontbonden, de auto’s verkocht en de verkoopopbrengst in mindering gebracht op hetgeen [gedaagde] nog was verschuldigd. Na aftrek resteert nog een bedrag van € 23.835,21, waarover [gedaagde] rente moet betalen. Er zijn ook incassowerkzaamheden verricht en daarom moet [gedaagde] daarvoor een bedrag van € 2.383,52 betalen.
Het verweer
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert in zijn conclusie van antwoord aan dat voor beide overeenkomsten geldt dat deze zijn afgesloten door zijn inmiddels gefailleerde B.V. Dit betekent dat [eiser] haar vorderingen moet indienen bij de curator.

5.De beoordeling

De overeenkomsten zijn beide gesloten tussen de eenmanszaak van [gedaagde] en [eiser]
5.1.
De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen wie de contractspartij is met betrekking tot de overeenkomsten.
5.2.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat voor de Mercedes Citan geldt dat de leaseovereenkomst is afgesloten door de eenmanszaak en dat de boekhouder heeft nagelaten deze overeenkomst over te hevelen naar de B.V. Voor de andere leaseovereenkomst geldt volgens [gedaagde] dat deze is aangegaan op het moment dat de B.V. al was opgericht en de eenmanszaak was opgeheven. Deze overeenkomst is dus met de B.V. gesloten. Als al tot de conclusie gekomen zou worden dat ook de overeenkomst uit 2023 met de eenmanszaak is gesloten, is het contract overgenomen door de B.V. De B.V. betaalde immers de leasetermijnen met betrekking tot de Mercedes E-klasse.
5.3.
Volgens [eiser] zijn beide contracten afgesloten met de eenmanszaak van [gedaagde]. Voor de Mercedes E-klasse geldt dat het contract is getekend door [gedaagde], handelend namens zijn eenmanszaak. Ook was ten tijde van het afsluiten van het contract niet duidelijk voor [eiser] dat [gedaagde] inmiddels namens zijn B.V. handelde; de opheffing van de eenmanszaak van [gedaagde] is namelijk pas in 2024 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
5.4.
De kantonrechter overweegt als volgt.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat de leaseovereenkomst die betrekking heeft op de Mercedes Citan, door zijn eenmanszaak is gesloten en dat deze niet is overgenomen door de B.V. Er bestaat dus nog slechts een geschil over de vraag of de leaseovereenkomst met betrekking tot de Mercedes E-klasse is overgenomen door de B.V.
5.5.
Voor een rechtsgeldige overdracht van een overeenkomst is een akte tussen de eenmanszaak en de B.V. van [gedaagde] nodig én dient [eiser] (vormvrije) medewerking te verlenen aan de overdracht (artikel 6:159 BW Pro). Dat [eiser] heeft meegewerkt aan de overname – of überhaupt op de hoogte was van de oprichting van de B.V. – is nergens uit gebleken. Dat [gedaagde] betalingen verrichte vanuit zijn B.V., was voor [eiser] onduidelijk en is onvoldoende om stilzwijgende toestemming aan de overdracht aan te nemen.
5.6.
De conclusie is dan ook dat de tussen [gedaagde] en [eiser] gesloten leaseovereenkomsten niet zijn overgedragen aan de B.V.
[eiser] mocht de overeenkomsten ontbinden
5.7.
De gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomsten tussen partijen zijn ontbonden, wordt toegewezen. [gedaagde] erkent immers dat hij de leasetermijnen niet op tijd heeft betaald. Op grond van artikel 43 van Pro de algemene voorwaarden had [eiser] daarom het recht om de overeenkomsten buitengerechtelijk te ontbinden.
5.8.
[eiser] eist betaling € 23.835,21 aan hoofdsom. [eiser] heeft deze vordering voldoende toegelicht en niet is door [gedaagde] betwist dat hij dit bedrag nog is verschuldigd. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Incassokosten
5.9.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er incassowerkzaamheden zijn verricht.
Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. In artikel 53 van Pro de algemene voorwaarden staat dat de buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op tien procent (10%).
Het bedrag van € 2.383,52 is 10% van de toegewezen hoofdsom en wordt daarom toegewezen. Dit bedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente indien [gedaagde] dit bedrag niet tijdig voldoet.
Verschuldigde rente
5.10.
[eiser] vordert dat [gedaagde] een maandelijkse contractuele boeterente van 1,5% moet betalen over de hoofdsom, gerekend vanaf de verzuimdatum tot het moment van gehele betaling.
5.11.
De contractuele rente is alleen verschuldigd tot de datum ontbinding van de leaseovereenkomsten. De kantonrechter zal hier de gevorderde contractuele rente afwijzen, omdat [eiser] niet heeft gesteld op welk moment de leaseovereenkomsten zijn ontbonden. Wel moet [gedaagde] wettelijke rente betalen over de hoofdsom van € 23.835,21 vanaf 7 februari 2025 (de verzuimdatum, gelet op de verstuurde 14-dagenbrief) tot het moment dat [gedaagde] het gehele bedrag heeft betaald.
Proceskosten
5.12.
[gedaagde] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.144,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
Totaal
2.872,73
5.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de financiële leaseovereenkomsten (huurkoop) met betrekking tot de Mercedes-Benz, type E 200 D, met kenteken [kenteken 1] en de Mercedes-Benz, type: Citan, met kenteken [kenteken 2] zijn ontbonden;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van het bedrag van € 23.835,21, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf
7 februari 2025 tot de dag der algehele voldoening;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van het bedrag van de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.383,52 te vermeerderen met wettelijke rente indien dit bedrag niet binnen veertien dagen na aanschrijving is voldaan;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.872,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.5.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.6.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 6.2. tot en met 6.5. uitvoerbaar bij voorraad;
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.