ECLI:NL:RBOVE:2026:966

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11786842 \ CV EXPL 25-1988
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding warmteleveringsovereenkomst bij niet-betaling onder voorwaarde schuldhulpverlening

Ennatuurlijk levert warmte aan gedaagde, die meerdere facturen niet heeft betaald. In een tussenvonnis werd de geldvordering toegewezen, maar verdere vorderingen werden aangehouden om gedaagde de mogelijkheid te geven schuldhulpverlening te zoeken.

Gedaagde heeft zich aangemeld bij de Stadsbank Oost Nederland voor schuldhulpverlening, wat Ennatuurlijk positief stemt. De kantonrechter wijst de ontbinding van de overeenkomst en afsluiting van de warmte-installatie toe, maar stelt deze voorwaardelijk uit zolang gedaagde tot 1 maart 2027 blijft samenwerken met de schuldhulpverlener.

De vordering tot betaling van toekomstige voorschotnota’s wordt afgewezen omdat het voorschotbedrag variabel is en de samenwerking met schuldhulpverlening voldoende borg is voor betaling. Gedaagde wordt veroordeeld tot proceskosten en moet medewerking verlenen aan noodzakelijke werkzaamheden voor onderbreking van de aansluiting indien de voorwaarde niet wordt nageleefd.

Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden en afsluiting van de warmte-installatie wordt opgeschort zolang gedaagde samenwerkt met schuldhulpverlener tot 1 maart 2027.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11786842 \ CV EXPL 25-1988
Vonnis van 24 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENNATUURLIJK B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Eindhovenwoonplaats kiezende te Bergen op Zoom,
eisende partij,
hierna te noemen: Ennatuurlijk,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 23 december 2025,
- de akte uitlating van Ennatuurlijk van 27 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

Ennatuurlijk levert warmte aan [gedaagde]. [gedaagde] heeft meerdere facturen niet betaald aan Ennatuurlijk. In het tussenvonnis is de geldvordering van Ennatuurlijk toegewezen. De overige vorderingen zijn aangehouden zodat [gedaagde] contact kan opnemen met Stadsbank Oost Nederland voor schuldhulpverlening. Ennatuurlijk is bereid te tenuitvoerlegging van haar overige vorderingen aan te houden onder de voorwaarde dat [gedaagde] blijft samenwerken met de schuldhulpverlener van Stadsbank Oost Nederland. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van toekomstige voorschotnota’s af. De overige vorderingen worden toegewezen onder de voorwaarde dat [gedaagde] in ieder geval tot 1 maart 2027 blijft samenwerken met de schuldhulpverlener.
3. De verdere beoordeling
3.1.
In het tussenvonnis van 23 december 2025 is reeds overwogen dat het betalen van de maandelijkse voorschotten en de jaarlijkse afrekeningen een belangrijke verplichting is van de afnemer van warmte. Vast staat dat [gedaagde] de door Ennatuurlijk in rekening gebrachte bedragen niet heeft betaald. Bovendien is [gedaagde] de betalingsregelingen, die hij met Ennatuurlijk had getroffen, niet nagekomen. Het niet voldoen aan de betalingsverplichting is een dusdanige tekortkoming die in beginsel de ontbinding rechtvaardigt, gelet op de omvang van de achterstand.
3.2.
Ennatuurlijk heeft in haar akte medegedeeld dat [gedaagde] op 12 december 2025 een aanmelding heeft gedaan voor schuldhulpverlening bij de Stadsbank Oost Nederland. Op 23 januari 2026 heeft de gemachtigde van Ennatuurlijk telefonisch contact gehad met de schuldhulpverlener van Stadsbank Oost Nederland en deze terugkoppeling was positief. Dit stemt Ennatuurlijk positief en zij verzoek de kantonrechter dan ook om de vorderingen tot ontbinding van de overeenkomst, afsluiting van de warmte-installatie en de betaling van de toekomstige voorschotbedragen voorwaardelijk uit te spreken. De kantonrechter ziet in deze omstandigheden aanleiding om deze vorderingen voorwaardelijk toe te wijzen, met uitzondering van de vordering tot betaling van de toekomstige voorschotbedragen ad € 223,22. Deze zal worden afgewezen. De reden hiervan is in de eerste plaats dat uit de overgelegde voorschotnota’s, ook van voor het uitbrengen van de dagvaarding, blijkt dat het voorschotbedrag geen € 223,22 per maand is, maar € 150,50 per maand. Bovendien hangt het voorschotbedrag af van het verwachte verbruik en de verwachte prijs van de warmte, zodat niet kan worden vastgesteld wat het voorschotbedrag in de toekomst zal zijn. Het voorgaande betekent niet dat [gedaagde] de voorschotnota’s niet hoeft te voldoen, maar nu aan het niet ontbinden van de overeenkomst en het niet afsluiten van de warmte de voorwaarde wordt verbonden dat [gedaagde] blijft samenwerken met de schuldhulpverlener, is de betaling van de voorschotnota’s voldoende geborgd. De kantonrechter zal aan de op te leggen voorwaarde wel een maximale duur verbinden. De overeenkomst wordt niet ontbonden en de warmte-installatie zal niet worden afgesloten zolang [gedaagde], in ieder geval tot 1 maart 2027, blijft samenwerken met de schuldhulpverlener. Daarmee wordt aan [gedaagde] een laatste kans geboden om de ontbinding te voorkomen en te laten zien dat hij zijn schuldenproblematiek aanpakt. [gedaagde] dient zich te goed te realiseren dat het niet voldoen aan de voorwaarde met zich brengt dat de overeenkomst alsnog wordt ontbonden en hij zal worden afgesloten van de warmte-installatie. Waar het betreft eventuele niet betaalde voorschotbedragen dient [gedaagde] zich eveneens te realiseren dat Ennatuurlijk terzake een nieuwe procedure zal kunnen beginnen, waardoor [gedaagde] bij toewijzing niet alleen de daarmee verband houdende proceskosten zal dienen te betalen, maar dat in dat geval ook sprake is van herhaalde wanprestatie, wat mee zal wegen in de beoordeling.
3.3.
De gevorderde ontbinding en afsluiting zijn toewijsbaar, met dien verstande dat Ennatuurlijk dit niet ten uitvoer zal kunnen leggen wanneer wordt voldaan aan de voorwaarde als gesteld onder 4.1 van de beslissing.
Proceskosten
3.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ennatuurlijk worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
542,50
(2,5 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.156,21

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt de overeenkomst tussen partijen voor de levering van warmte en/of koude en/of warm tapwater op het adres [adres], verklaart voor recht dat Ennatuurlijk gerechtigd is om de aansluiting(en) op het [adres] te onderbreken door het verrichten van de daarvoor noodzakelijke werkzaamheden en vervolgens onderbroken te houden, veroordeelt [gedaagde] om de hiervoor genoemde noodzakelijke werkzaamheden te gedogen, veroordeelt [gedaagde] om de woning op het adres [adres] gedeeltelijk en tijdelijk te ontruimen om Ennatuurlijk in staat te stellen de hiervoor genoemde werkzaamheden te verrichten, in die zin dat de ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking van de aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden, indien en zodra [gedaagde] in strijd handelt met de volgende voorwaarde:
- [gedaagde] zal in ieder geval tot 1 maart 2027 blijven samenwerken met de schuldhulpverlener.
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.156,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.