ECLI:NL:RBOVE:2026:95
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.M. Bunt
- J.C. Smitstra
- Rechtspraak.nl
Kennelijk niet-ontvankelijk beroep wegens te late indiening en verzoek om voorlopige voorziening
In deze uitspraak van de Rechtbank Overijssel wordt beslist op het beroep van een eiser tegen de beslissing op bezwaar van 14 mei 2025, waarbij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank oordeelt dat het beroep te laat is ingediend en dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is. De eiser had eerder op 21 mei 2025 beroep ingesteld, maar dit beroep is op 24 juni 2025 ingetrokken. Vervolgens heeft de eiser op 3 januari 2026 een nieuw beroep ingesteld, maar dit is ruimschoots na de termijn van zes weken ingediend, die eindigde op 15 juli 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen nieuwe beroepsprocedure is gestart tussen de intrekking van het eerdere beroep en de indiening van het nieuwe beroep. De rechtbank wijst erop dat de eiser niet heeft aangetoond dat zij niet in staat was om tijdig beroep in te stellen. De rechtbank concludeert dat de termijnoverschrijding van vijf maanden voor rekening van de eiser komt.
Daarnaast wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank al op het beroep heeft beslist. De eiser krijgt het griffierecht niet terug en er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter en voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.