ECLI:NL:RBOVE:2026:912

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
07-650083-10
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling wegens hoog recidiverisico en stoornissen

Betrokkene is veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging na bewezenverklaring van ernstige zedendelicten. De tbs-maatregel is sinds 2013 van kracht en werd reeds meerdere malen verlengd. De rechtbank beoordeelt op verzoek van het Openbaar Ministerie de verlenging van de tbs.

De kliniek rapporteert dat betrokkene lijdt aan pedofilie, een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, paranoïde en narcistische kenmerken, en een reactieve hechtingsstoornis. Ondanks wisselende samenwerking en beperkte vooruitgang is er sprake van stabiliteit en verbetering in de behandelrelatie. Betrokkene krijgt begeleid verlof en er wordt gewerkt aan uitbreiding van vrijheden met het oog op een mogelijke longcare voorziening.

De deskundige bevestigt dat betrokkene nog jaren zorg en toezicht nodig heeft vanwege het hoge recidiverisico, veroorzaakt door gebrek aan probleeminzicht, rigiditeit en wantrouwen. De rechtbank concludeert dat verlenging met twee jaren noodzakelijk is om de veiligheid van de samenleving te waarborgen en de behandeling voort te zetten. De door de raadsman voorgestelde verlenging van één jaar wordt afgewezen wegens onvoldoende uitzonderlijke omstandigheden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging met twee jaren wegens hoog recidiverisico en blijvende stoornissen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 07-650083-10
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] (Brazilië),
verblijvende in FPC [locatie]
,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 januari 2013 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig maanden. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen;
  • een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 2 februari 2013. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk bij beslissing van 26 februari 2024 door deze rechtbank met twee jaren verlengd, welke beslissing het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 september 2024 met aanvulling van de gronden heeft bevestigd. De terbeschikkingstelling zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 2 februari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies van FPC [locatie] (hierna: de kliniek) van 16 december 2025, opgemaakt en ondertekend door [naam 1], hoofd behandeling, [naam 2], directeur behandeling en zorg en plaatsvervangend hoofd van de kliniek, [naam 3], behandelcoördinator en C. Maes-Minnekeer, psychiater en psychotherapeut;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen over de periode van 26 november 2023 tot en met 1 november 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 29 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 9 februari 2026.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage;
  • de officier van justitie;
  • [naam 3], voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd.
Betrokkene en zijn raadsman hebben gesteld dat zij geen bezwaar hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling, mits de verlengingstermijn wordt beperkt tot één jaar. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Betrokkene wordt overzichtelijkheid geboden, waarmee hij voldoende energie houdt voor de behandeling. Bovendien zijn er op dit moment personeelsproblemen in de kliniek, met gevolg dat betrokkene minder snel stappen kan zetten in zijn behandeltraject.

4.De beoordeling

De vordering is op 29 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van pedofilie van het niet-exclusieve type, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, paranoïde en narcistische kenmerken en een reactieve hechtingsstoornis. Er is sprake van rigide denkpatronen, een beperkt mentaliserend vermogen en psychopathie. Betrokkene heeft een manipulerende en leugenachtige houding en is bang om niet gezien te worden. Hij voelt zich altijd achtergesteld ten opzichte van de ander. Hij wantrouwt anderen en heeft moeite om een hechtingsrelatie aan te gaan. Tenslotte is sprake van een gebrek aan empathie.
Betrokkene verblijft sinds 12 juni 2023 op de afdeling Nijl, een afdeling met een lage behandeldruk. Betrokkene werd begin 2024 aangemeld voor twee longcare voorzieningen. Die aanmeldingen werden afgewezen, met name vanwege de inschatting dat de beveiligingsniveaus van die voorzieningen ontoereikend zijn. Betrokkene heeft enige tijd libidoremmende medicatie gebruikt, om te onderzoeken of daarmee een hernieuwde aanmelding bij een longcare voorziening mogelijk zou zijn, maar dat heeft niet geleid tot aanzienlijke veranderingen. Sinds augustus 2025 krijgt betrokkene Risperdal in depotvorm in een hogere dosering, wat hem meer rust lijkt te bieden.
Het verblijf in de kliniek verloopt wisselend. Er zijn periodes waarin betrokkene goed samenwerkt, maar er zijn ook periodes waarin hij meer achterdochtig en vijandig in contact is en zich niet afspraakgetrouw toont. Toch is in het algemeen verbetering opgetreden in de samenwerking. Betrokkene voelt zich meer vertrouwd met het behandelteam en bespreekt meer. Zijn rigiditeit is afgenomen en het behandelteam is beter in staat om met hem af te stemmen wat hij nodig heeft. Betrokkene heeft een vol dagprogramma, bestaande uit werkblokken, educatie, bibliotheek en sport. Hij beschikt daarnaast over een zeer klein, maar betrokken netwerk.
Het behandelplafond is na jarenlange behandeling op vele punten bereikt. Therapieën zullen naar verwachting niet meer leiden tot het internaliseren of generaliseren van geleerde vaardigheden. Er zal wel aandacht blijven voor het vinden van de juiste omgevingsprothese en het aanleren van vaardigheden. Het multidisciplinair behandelteam heeft daarnaast besloten om te onderzoeken in hoeverre (vak)therapeuten of vaardigheidstrainers het traject kunnen ondersteunen. Tenslotte vindt een incidentanalyse plaats, omdat betrokkene herhaaldelijk voorwerpen van de kliniek, waaronder dvd’s en cd’s met een jeugdige inslag, heeft ontvreemd.
Omdat de afgelopen periode voldoende samenwerking en stabiliteit is ontstaan, heeft betrokkene inmiddels een begeleid verlofkader gekregen. De begeleide verloven verlopen goed, zij het dat betrokkene zou willen dat de verloven frequenter plaatsvinden. Het multidisciplinair behandelteam wil binnenkort beoordelen of het aanvragen van een beperkt onbegeleid verlofkader verantwoord en haalbaar is. Indien betrokkene zich met een beperkt onbegeleid verlofkader kan bewijzen, kan hij opnieuw aangemeld worden voor een longcare voorziening. De koers richting de longcare is nog steeds het meest passend, omdat betrokkene nog lange tijd, zo mogelijk altijd, afhankelijk zal blijven van een (gedwongen) kader om incident- en delictvrij te blijven.
De kliniek schat het risico op recidive voorkomend uit de pathologie bij beëindiging van de tbs-maatregel in als hoog. Het risico vloeit met name voort uit het gebrekkige probleeminzicht van betrokkene, zijn zucht naar autonomie en zelfbepaling, zijn rigiditeit, achterdocht en wantrouwen. Betrokkene is volledig afhankelijk van extern risicomanagement om niet te recidiveren. De verwachting is dat betrokkene niet in staat is om oplopende spanningen, die aan de basis kunnen staan van delictgedrag, tijdig bespreekbaar te maken. De kliniek adviseert daarom om de maatregel met twee jaren te verlengen.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige [naam 3] in aanvulling op het advies het volgende naar voren gebracht. De begeleide verloven verlopen nog steeds goed. Het multidisciplinair behandelteam zal in april een definitieve keuze maken om al dan niet een machtiging voor beperkt onbegeleid verlof aan te vragen. Het is daarbij van belang dat de verloven met kleine stapjes worden uitgebreid, te beginnen met werkverlof met eventueel elektronische monitoring. De verwachting is dat een onbegeleid verlofkader zal helpen bij de overgang naar een longcare voorziening, omdat betrokkene zich daarmee kan bewijzen en kan aantonen dat hij afspraaktrouw is. Betrokkene zal altijd een zorgprothese nodig hebben om de risico’s te hanteren. Er zijn nog ten minste twee jaren nodig om de vrijheden uit te breiden en een adequate zorgprothese op te zetten.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Op grond van de inhoud van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting, stelt de rechtbank vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en dat sprake is van gevaar voor herhaling. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is daarmee voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene de afgelopen twee jaren goede stappen heeft gezet. Betrokkene werkt over het algemeen beter samen met het behandelteam, waardoor het behandelteam beter in staat is om met hem af te stemmen wat hij nodig heeft. De begeleide verloven verlopen goed en de kliniek zal de komende tijd beslissen over de aanvraag van een beperkt onbegeleid verlofkader. Met de stapsgewijze uitbreiding van zijn vrijheden kan betrokkene zich bewijzen, waarmee de overgang naar een longcare voorziening mogelijk alsnog in zicht komt.
De rechtbank ziet onvoldoende grond voor een verlengingstermijn van een jaar, zoals door de raadsman van betrokkene is bepleit. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, indien aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Gelet op de inhoud van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting is aannemelijk dat de behandeling nog ten minste twee jaren in beslag zal nemen. Slechts bij uitzonderlijke omstandigheden dient in een dergelijke situatie toch voor slechts één jaar te worden verlengd. Van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. Personeelsproblemen, die door de raadsman worden verondersteld, en het bieden van overzichtelijkheid zijn niet als zodanig aan te merken. Betrokkene zal energie voor de behandeling kunnen putten uit de voorgenomen stapsgewijze uitbreiding van vrijheden via het verloftraject. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom met twee jaren verlengen.

5.De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. W.P.M. Elderman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2026.