ECLI:NL:RBOVE:2026:910

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
08-770027-15
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling wegens pedofiele stoornis en recidiverisico

Betrokkene is in 2016 veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (TBS) vanwege ernstige zedendelicten gericht op minderjarigen. De TBS-maatregel is sinds 2017 van kracht en werd reeds meerdere malen verlengd. Het Openbaar Ministerie verzocht om verlenging van de maatregel met twee jaren, wat betrokkene en zijn raadsman niet betwistten.

De rechtbank baseerde haar oordeel op het verlengingsadvies van de kliniek Fivoor FPC en de toelichting van de deskundige M. Legra. Betrokkene kampt met een exclusieve pedofiele stoornis en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en vermijdende kenmerken. Ondanks een moeizaam behandeljaar en terugplaatsingen wegens overtredingen, werkt betrokkene mee aan een nieuwe behandelpoging.

De kliniek schat het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als matig tot hoog in, mede door het ontbreken van beschermende factoren en een beperkt sociaal netwerk. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk ter bescherming van de algemene veiligheid en de onaantastbaarheid van personen. De maatregel wordt daarom met twee jaren verlengd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren wegens het matig tot hoge recidiverisico en de noodzaak tot bescherming van de samenleving.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-770027-15
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
verblijvende in FPC [locatie]
,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 2 februari 2016 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld, waarbij voorwaarden betreffende het gedrag van betrokkene zijn gesteld, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • voorbereiding van met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
  • een afbeelding – of een gegevensdrager bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in het bezit hebben of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl hij van het plegen van dat misdrijf een gewoonte maakt;
  • met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
  • viermaal: poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 17 januari 2017. Bij beslissing van deze rechtbank van 11 maart 2019 is besloten dat betrokkene alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. De terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 27 januari 2025 en zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 16 januari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies van Fivoor FPC [locatie] (hierna: de kliniek) van 18 november 2025, opgemaakt en ondertekend door R. Mangon, psychiater en plaatsvervangend hoofd van de kliniek, en M. Legra, klinisch psycholoog, psychotherapeut en coördinerend regiebehandelaar;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen over het derde kwartaal van 2025;
  • de voortgangsverslagen over de periode van 2 januari 2025 tot en met 17 maart 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 16 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 9 februari 2026.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage;
  • de officier van justitie;
  • M. Legra, voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd.
Betrokkene en zijn raadsman hebben gesteld dat zij geen bezwaar hebben tegen verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaren.

4.De beoordeling

De vordering is op 16 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een pedofiele stoornis van het exclusieve type en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en vermijdende kenmerken. Betrokkene functioneert op gemiddeld intellectueel niveau. Vanuit de persoonlijkheidsproblematiek is sprake van een neiging tot teruggetrokkenheid, het vermijden van sociale contacten en een minderwaardig georganiseerd zelfgevoel dat narcistisch overdekt wordt. Betrokkene heeft het gevoel dat hij recht heeft op seks. Daarnaast heeft hij de neiging om dingen stiekem te doen. Er is sprake van seksuele problematiek, waarbij betrokkene een seksuele voorkeur heeft voor meisjes in de (pre-)puberteit.
Betrokkene is in verband met overtreding van voorwaarden op 19 december 2024 teruggeplaatst naar FPA Heiloo om het proefverlofkader voort te zetten. Op 17 februari 2025 is hij overgeplaatst naar FBW op het terrein van GGZ NHN. Op 9 mei 2025 worden bij een onaangekondigde controle van de gegevensdragers van betrokkene opnieuw overtredingen geconstateerd, waarna hij op 13 mei 2025 voor een time-out wordt teruggeplaatst naar de kliniek. De terugplaatsing wordt op 26 mei 2025 definitief. De verlofmachtiging wordt vroegtijdig ingetrokken en een nieuwe behandelpoging vangt aan.
Aanvankelijk is betrokkene gefrustreerd over de terugplaatsing naar de kliniek, maar toch stelt betrokkene zich begeleidbaar op. Hij geeft aan mee te willen werken aan de nieuwe behandelpoging en wordt daartoe overgeplaatst naar de opname- en diagnostiekafdeling Koraal.
In juli 2025 is de eerste behandelplanbespreking. De behandeling vangt aan met het opnieuw doorlopen van de delictanalyse en het maken van een terugvalanalyse, waarbij ook het patroon van verzwijgen en verhullen nader onderzocht wordt. Tevens wordt opnieuw gestart met schematherapie gericht op de persoonlijkheidsproblematiek en zal onderzocht worden of vaktherapie geïndiceerd is. Daarnaast is betrokkene begonnen aan de modules binnen het zorgpad seksueel grensoverschrijdend gedrag. Om een goed beeld te krijgen en passende interventies uit te zetten wordt de libidoremmende medicatie afgebouwd.
De kliniek schat het risico op recidive bij beëindiging van de maatregel of voorwaardelijke beëindiging van de verpleging in als matig tot hoog, omdat de externe beschermende factoren die samenhangen met het verblijf in de kliniek dan zullen wegvallen. Daarbij komt dat er nog weinig tot geen persoonsgeboden beschermende factoren aanwezig zijn. Betrokkene heeft een belast verleden en een zeer beperkt sociaal netwerk, uitsluitend bestaande uit zijn moeder. Daarnaast behoeven de copingvaardigheden van betrokkene – die met name bestaan uit vermijding – aandacht.
Sinds de intrekking van de verlofmachtiging is de kliniek niet gemachtigd om betrokkene verlof te laten praktiseren. Voordat een nieuwe verlofmachtiging aangevraagd kan worden, moet betrokkene de terugvalanalyse afronden en moeten de risicofactoren opnieuw in kaart worden gebracht. Op lange termijn wordt toegewerkt naar uitstroom naar een voorziening voor begeleid wonen. Het behandel- en resocialisatietraject zal nog meer dan twee jaren in beslag nemen. De kliniek adviseert daarom verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaren.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige Legra in aanvulling op het advies het volgende naar voren gebracht. Betrokkene is met goede moed begonnen aan de nieuwe behandelpoging en werkt goed mee. De libidoremmende medicatie is afgebouwd, omdat die medicatie wordt gezien als een laatste redmiddel in de behandeling en de kliniek eerst opnieuw wil kijken naar gedragstherapeutische mogelijkheden. Indien die mogelijkheden geen effect hebben, komt de medicatie opnieuw in beeld. De terugvalanalyse is afgerond, waarbij geen volledige consensus bestaat tussen betrokkene en de kliniek. Er is wel consensus dat betrokkene geneigd is om zaken te verhullen, waarvoor schematherapie is ingezet. Daarnaast is veel aandacht voor de verweven en gecompliceerde relatie van betrokkene met zijn moeder. De kliniek acht het van belang dat hij zijn netwerk uitbreidt. Op 10 februari 2026 is een behandelplanbespreking gepland. Omdat de terugvalanalyse voltooid is, zal daarbij ook aandacht zijn voor de eventuele aanvraag van een nieuwe verlofmachtiging.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Op grond van de inhoud van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting, stelt de rechtbank vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en dat sprake is van gevaar voor herhaling. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is daarmee voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene een moeizaam jaar heeft gehad. Wegens overtreding van de voorwaarden – waarover geen overeenstemming bestaat tussen betrokkene en de kliniek – is het proefverlofkader beëindigd en is betrokkene voor een nieuwe behandelpoging teruggeplaatst naar de kliniek. Ondanks deze tegenslag zet betrokkene zich goed in. De nieuwe behandelpoging verloopt tot op heden – ondanks dat betrokkene dit wellicht zelf anders ervaart – gestaag, waardoor bij de behandelplanbespreking aandacht zal zijn voor de eventuele aanvraag van een nieuwe verlofmachtiging. Het gehele behandel- en resocialisatietraject zal meer dan twee jaren in beslag nemen.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande de terbeschikkingstelling met twee jaren verlengen.

5.De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. W.P.M. Elderman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2026.