Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:886

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/08/341788 / HA ZA 25-425
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering bouwmaterialen en incassokosten toegewezen aan BMN

BMN exploiteert een groothandel in bouwmaterialen en leverde in de periode mei tot augustus 2025 diverse bouwmaterialen aan Maxdom. Ondanks aanmaningen heeft Maxdom de facturen niet betaald, waarna BMN een procedure startte om betaling af te dwingen.

De rechtbank heeft BMN in de gelegenheid gesteld om alle relevante facturen in te brengen, wat BMN heeft gedaan middels een rekeningoverzicht en de onderliggende facturen. De rechtbank oordeelt dat de vordering van BMN niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe.

Maxdom wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 56.222,31, vermeerderd met wettelijke handelsrente tot 4 november 2024, buitengerechtelijke incassokosten en verdere wettelijke rente vanaf 4 november 2025 tot volledige betaling. Tevens moet Maxdom de beslagkosten en proceskosten voldoen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en binnen veertien dagen te voldoen.

Uitkomst: Maxdom wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen, rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten aan BMN.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/341788 / HA ZA 25-425
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
BMN BOUWMATERIALEN B.V.,
te Nieuwegein,
eisende partij,
hierna te noemen: BMN,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst,
tegen
BOUWBEDRIJF MAXDOM B.V.,
te Hengelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Maxdom,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 januari 2026;
- de akte van BMN van 21 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft bij haar tussenvonnis van 7 januari 2026 BMN in de gelegenheid gesteld om alle op de vordering van toepassing zijnde facturen in het geding te brengen. BMN heeft bij haar akte van 21 januari 2026 een rekeningoverzicht met daarop de openstaande facturen alsmede alle facturen die daarop staan vermeld, overgelegd.
2.2.
BMN heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.3.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen met inachtneming van het navolgende.
2.4.
BMN vordert Maxdom te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 422,19 voor kosten deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 1.214,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 1.214,00), totaal € 2.350,19.
2.5.
Maxdom is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BMN worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
2.281,00
(€ 2.995,00 - € 714,00 beslag)
- salaris advocaat
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.879,40

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Maxdom om aan BMN te betalen een bedrag van € 60.335,75 (aan hoofdsom € 56.222,31 + aan wettelijke handelsrente tot 4 november 2024 € 2.776,22 +
aan buitengerechtelijke incassokosten € 1.337,22), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 56.222,31 vanaf 4 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt Maxdom in de beslagkosten, vastgesteld op € 2.350,19,
3.3.
veroordeelt Maxdom in de proceskosten van € 3.879,40, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening, indien Maxdom niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 (ak)