Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B1] ,
2.
[partij B2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 t/m 13,
- het e-mailbericht van de rechtbank van 20 augustus 2025, waarin is meegedeeld dat een descente en mondelinge behandeling is bepaald,
- de bezichtiging ter plaatse (descente)van de betreffende strook grond op 3 december 2025, waarvan door de griffier een proces-verbaal is opgemaakt,
3.De feiten
4.Het geschil
- I) Voor recht te verklaren dat op of ten behoeve van het perceel kadastraal bekend als Gemeente Kampen, Sectie [sectie] , perceelnummer [nummer 3] , geen recht van opstal is ontstaan op grond waarvan [partij B] gerechtigd zijn om dit perceel, meer in het bijzonder de strook, te beplanten en/of anderszins te gebruiken;
- II) [partij B] te veroordelen om binnen 21 kalenderdagen (i) na het te wijzen vonnis en (ii) nadat de eigenaar van de strook toestemming heeft verleend tot verwijdering van de beplantingen, alle door of namens hem op of aan de strook aangebrachte beplantingen volledig te verwijderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per kalenderdag dat hij hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 15.000,00;
- III) [partij B] te verbieden om op enigerlei wijze gebruik te maken van de strook, behalve ter uitvoering van het gebod onder vordering II, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per overtreding met een maximum van € 50.000,00;
- IV) [partij B] te veroordelen tot betaling van € 460,00 aan [partij A] binnen 14 kalenderdagen na het te wijzen vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien niet tijdig betaald wordt;
- V) [partij B] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten en de kosten van dit geding, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis tot aan de dag van volledige betaling.
- A) primair voor recht te verklaren dat [partij B] rechtmatig gebruik maken van de strook grond zoals thans tussen partijen in geschil, zoals feitelijk in gebruik en begrensd door (thans) de fruitbomen, op grond van verkrijgende dan wel – subsidiair – bevrijdende verjaring van een opstalrecht;
- B) [partij A] te veroordelen zo nodig mee te werken aan wat nodig is voor [partij B] om het door hen hiervoor onder (A) bedoelde gebruiksrecht en/of verkregen opstalrecht te formaliseren althans deugdelijk vast te leggen;
- C) [partij A] te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de proceskosten, het griffierecht en de nakosten, te voldoen binnen 7 dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf de 8e dag na dagtekening van het vonnis.
5.De beoordeling
Het recht van opstal is een zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen. [partij B] zijn dus eigenaar van de opstallen zoals genoemd in de akte van levering van het opstalrecht. Dat zijn de woonboerderij, garage, erf en tuin. Partijen zijn het erover eens dat zij geen eigenaar zijn van de onderliggende grond. Het perceel grond waarop de opstallen van [partij B] zijn gelegen wordt kadastraal aangeduid als perceel [sectie] - [nummer 1] . [partij A] heeft het daarnaast gelegen aangrenzende perceel grasland, aangeduid als perceel [sectie] - [nummer 3] , in gebruik en beheer als pachter van de gemeente. Partijen zijn het erover eens dat ook hij geen eigenaar is van die grond. Ten aanzien van beide percelen geldt dat de gemeente daarvan de eigenaar is.
Volgens [partij A] maken [partij B] aldus inbreuk op (de uitoefening van) zijn pachtrecht en handelen zij aldus onrechtmatig.