Uitspraak
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Overijssel
Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde 1 en gedaagde 2 omdat zij na het einde van de huurovereenkomst niet alle spullen van eiser uit de woning hebben teruggegeven en sommige spullen beschadigd zijn teruggekomen. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagden de spullen hebben kwijtgemaakt of beschadigd.
De feiten tonen aan dat de ex-partner van eiser de woning huurde en dat na beëindiging van de huurovereenkomst de woning door gedaagden is leeggehaald en de spullen in opslag zijn geplaatst. Eiser heeft eerder een kort geding gewonnen waarin gedaagden werden veroordeeld om een lijst met spullen af te geven, wat zij ook hebben gedaan. Eiser heeft echter nog spullen gemist en vordert nu schadevergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat tussen het laatste bezoek van eiser aan de woning en het moment van oplevering een periode van ongeveer twee maanden ligt waarin alleen de huurder toegang had. Eiser kan niet met redelijke mate van zekerheid aantonen dat gedaagden de spullen hebben meegenomen of beschadigd. Ook voor de beschadigde spullen heeft eiser geen bewijs geleverd dat de schade tijdens de ontruiming is ontstaan.
Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens ontbrekende en beschadigde spullen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.