ECLI:NL:RBOVE:2026:847

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
zaak_C08338382_JE_RK_25-1552_beschikking_16022026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarigen na terugplaatsing bij ouders

De minderjarigen waren sinds juni 2025 geplaatst in een gezinshuis, waar ernstige zorgen ontstonden over de kwaliteit van zorg en het gedrag van de kinderen. De gezinshuisouders weigerden ondersteuning en namen eenzijdige beslissingen, wat leidde tot escalatie en onhoudbaarheid van de situatie. De gecertificeerde instelling (GI) besloot daarom tot een versnelde terugplaatsing bij de ouders met intensieve hulpverlening.

De raad voor de kinderbescherming toetste dit besluit achteraf en stemde in met het niet langer handhaven van de machtiging tot uithuisplaatsing. Hoewel er twijfels zijn over de thuissituatie, is er zicht op de kinderen en regie vanuit de jeugdbeschermers, met instemming van de ouders voor hulpverlening. De raad benadrukte de noodzaak van een alternatief plan indien de thuissituatie onvoldoende veilig blijkt.

De kinderrechter erkent de forse zorgen uit het verleden over de opvoedsituatie en conflicten tussen ouders, maar constateert dat er nu zicht en regie is op de ontwikkeling van de kinderen. De ouders werken via hulpverlening aan hun problemen en de situatie lijkt rustiger. Gezien het niet langer handhaven van het verzoek door de GI wijst de kinderrechter de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing af voor de resterende duur.

Uitkomst: Verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing van minderjarigen wordt afgewezen na terugplaatsing bij ouders met intensieve hulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almelo
Zaaknummer: C/08/338382 / JE RK 25-1552
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking afwijzing verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling,
verder te noemen: de GI
gevestigd te Hengelo (O),
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: voorheen mr. M.E. Kikkert,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. L.V.S. Cassese, en
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2].

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Op 18 november 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 6 maart 2026 en iedere verdere beslissing aangehouden. De inhoud van voormelde tussenbeschikking geldt hier als herhaald en ingelast.
1.2.
De kinderrechter heeft nadien kennisgenomen van de volgende stukken:
  • de update van GI, ingekomen op 5 december 2025; en
  • de toetsing van de raad, ingekomen op 10 december 2025.
1.3.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de GI het verzoek niet meer handhaaft en dat er geen behoefte is aan een mondelinge behandeling. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de zaak op de stukken afdoen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] waren op 20 juni 2025 geplaatst in het gezinshuis [locatie] van Trias. Bij de start was de afspraak dat Video Interactie Begeleiding zou worden ingezet. Dit om gezinshuisouders te ondersteunen, maar ook om gezinshuisouders handvatten te geven voor het omgaan met de nieuwe dynamiek. De gezinshuisouders hebben deze ondersteuning afgewezen. De zorgen rondom de gezinshuisouders zijn daarna fors toegenomen. Er werd geconstateerd dat de gezinshuisouders eenzijdig beslissingen namen zonder de gezaghebbende ouders en de GI hierin te betrekken. Daarnaast heeft [minderjarige 1] niet de sturing gekregen die hij wel nodig had. Als gevolg hiervan is hij onder andere gaan weglopen. Ondanks veel overleggen lukt het de gezinshuisouders niet om kritisch naar hun eigen handelen te kijken. Ook werd duidelijk dat de jeugdbeschermers niet op de hoogte waren van het gedrag dat [minderjarige 1] in het gezinshuis liet zien. Er is ambulante spoedhulp (ASH) van Jarabee ingezet, maar de zorgen bleven toenemen en het gedrag van de kinderen bleef escaleren. De situatie was dermate ernstig dat de jeugdbeschermer gedurende een volledig weekend samen met de gedragswetenschapper van Trias stand-by heeft gestaan om het gezinshuis te ondersteunen. Uiteindelijk heeft Trias aangegeven niet te kunne instaan voor de kwaliteit van zorg binnen het gezinshuis. Zo heeft [minderjarige 2] aangegeven [minderjarige 1] te willen neersteken en is [minderjarige 1] aangetroffen met lucifers in de meterkast.
2.2.
Gezien de forse zorgen was de situatie onhoudbaar. Er waren twee opties: een versnelde terugkeer naar huis of een overplaatsing naar een ander gezinshuis. Na zorgvuldige afweging heeft de GI besloten [minderjarige 1] en [minderjarige 2] terug te plaatsen bij hun ouders, met intensieve hulpverlening om hun veiligheid en stabiliteit te waarborgen. Per 25 november 2025 zijn zij teruggekeerd naar huis. De ene week zijn de kinderen bij vader en de andere week bij moeder, met duidelijke afspraken. Bij de terugplaatsing van de kinderen zijn ASH, Goed Genoeg Ouderschap en opvoeddiagnostiek van Jarabee ingezet. Daarnaast vinden er regelmatig gesprekken plaats tussen de kinderen en de jeugdbeschermers en is een aanmelding gedaan voor individuele hulpverlening voor de kinderen.
2.3.
De raad heeft het besluit van de GI om de machtiging uithuisplaatsing vanwege de acute situatie tussentijds te beëindigen, achteraf getoetst en stemt in met dit besluit. Hoewel de raad twijfels heeft over de thuissituatie, is er zicht op de kinderen, zijn ouders akkoord met intensieve hulpverlening en is er regie vanuit de jeugdbeschermers. De raad vindt daarom dat de terugplaatsing een kans moet krijgen, met de steun van netwerk en hulpverlening. Tegelijkertijd mist de raad een plan B: als de thuissituatie onvoldoende veilig blijkt, moet er een alternatief beschikbaar zijn, zoals een plaatsing in een ander gezinshuis of crisisgroep, passend bij de behoeften van de kinderen.
2.4.
De kinderrechter begrijpt dat de GI heeft besloten de kinderen terug te plaatsen bij hun ouders, gezien de vele wisselingen van verblijfsplekken. Tegelijkertijd zijn er in het verleden zeer forse zorgen geweest over conflicten tussen ouders, de opvoedsituatie bij beide ouders en de onrust in het netwerk. Deze zorgen mogen niet worden gebagatelliseerd en het is van belang dat de ouders erkennen dat de kinderen baat hebben bij rust en stabiliteit. Er is op dit moment zicht en regie op de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de inzet van hulpverlening om de stabiliteit en de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Ouders zullen via de hulpverlening werken aan het aanpakken van hun problemen, waaronder het volgen van therapie/behandeling. De situatie tussen ouders lijkt inmiddels rustiger. Vader is vrijgesproken van ernstige mishandeling en er is geen contactverbod meer.
2.5.
Gelet op het voorgaande stelt de kinderrechter vast dat de GI het verzoek niet langer handhaaft en zal de kinderrechter de resterende duur van het verzoek van de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen afwijzen.

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
wijst af de resterende duur van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door
mr. J.L. Souman, kinderrechter, in aanwezigheid van K.K. van Haarst als griffier.
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door de raad opgenomen in zijn registratie.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.