Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1],
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
Rechtbank Overijssel
Eiser heeft Dexia Nederland B.V. gedagvaard met een dagvaarding van 161 pagina’s. De kantonrechter heeft bij rolbeslissing van 2 december 2025 bepaald dat de dagvaarding moest worden teruggebracht tot maximaal 30 pagina’s en dat het vervangende processtuk op 6 januari 2026 moest worden ingediend en betekend aan Dexia.
Eiser heeft verzocht om uitstel en betoogd dat het onmogelijk was de dagvaarding te beperken tot 30 pagina’s. Dit uitstel is verleend tot 3 februari 2026. Op die datum heeft eiser een vervangend processtuk ingediend van 89 pagina’s, waarbij de originele dagvaarding als productie was meegestuurd en als herhaald werd beschouwd. Dit processtuk voldeed niet aan het bevel en was niet betekend aan Dexia.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2022, waarin is bevestigd dat de rechter stukken die de omvangsgrens overschrijden mag weigeren en dat het uitblijven van een correct stuk kan leiden tot verval van het recht om de proceshandeling te verrichten. De rechtbank oordeelt dat eiser daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De beslissing is genomen door rechter-plaatsvervanger P.L. Alers en is op 10 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet naleven van het bevel om de dagvaarding te beperken tot 30 pagina’s en het niet betekenen van het vervangende processtuk.